Maandag begint de rechtszaak tegen de eerste verdachte die in beeld is gekomen via een verwant na een DNA-onderzoek; Hüseyin A. De man wordt verdacht van de moord op en verkrachting van Milica van Doorn in 1992.

Op zondagavond 7 juni 1992 werd in een flat aan de Fluitekruidweg in de wijk Kogerveld in Zaandam een verjaardag gevierd. Een van de genodigden was de toen negentienjarige Milica van Doorn. Het liep tegen middernacht toen ze de bus terug naar huis wilde nemen.

Milica woonde bij haar ouders verderop in Zaandam en een vriend vertelde haar dat de bussen elk half uur om vier over half en vier over heel vertrokken. Aangekomen bij de bushalte, zo'n tweehonderd meter verwijderd van de flat, zag ze dat er een andere dienstregeling gold vanwege Pinksteren. De laatste bus was om 23.24 uur vertrokken.

Milica nam het besluit om richting het treinstation te lopen. Mogelijk om daar een bus te pakken of vanaf daar naar huis te lopen, hoewel dat nog een behoorlijk eind was. Enkele getuigen meenden haar nog te hebben zien lopen. Ze kwam echter nooit thuis aan.

Lichaam werd gevonden in vijver bij Sint Jozefkerk

De volgende ochtend 8 juni werd haar lichaam op een paar honderd meter van de bushalte gevonden. Een voorbijganger zag, al wandelend langs de Sint Jozefkerk in Zaandam, een schoen liggen en iets wat leek op bloedspatten.

De vrouw waarschuwde de pastoor, die naast de kerk woonde. Hij zag rond 9.00 uur vanuit zijn tuin het lichaam van een jonge vrouw in de vijver liggen, deels verscholen onder het riet. Het bleek Milica van Doorn.

De vrouw bleek te zijn verkracht en haar hals was doorgesneden. Onder haar kin zat eveneens een diepe steekwond. Uit sectie bleek dat de vrouw vermoedelijk al was overleden voordat zij in het water was gegooid. In haar longen zat namelijk geen water, en er werden sleepsporen bij de vijver ontdekt.

Nederland reageerde geschokt. Milica had net haar havo-examens erop zitten en was in afwachting van een positief resultaat. Ze wilde graag doorstuderen op de PABO. Na haar dood werd bekend dat de middelste van drie zussen was geslaagd.

Vindplaats van lichaam Milica

Vindplaats van lichaam Milica

Getuigen spraken van een Turks uitziende man

De politie startte direct een groot onderzoek in en rond de wijk Kogerveld in Zaandam waar de vrouw was gevonden. De waarschijnlijke dader had een spermaspoor achtergelaten en ook werd er een schaamhaar gevonden op het lichaam van de vrouw.

Een ander aanknopingspunt was de getuigenverklaring van een echtpaar dat sprak over een Turks uitziende man die de avond van 7 juni zingend op de fiets zou hebben gezeten. Hij fietste eerst in de richting waar Milica vandaan kwam, en keerde na haar gepasseerd te hebben om en reed richting de plek waar later het lichaam van Milica werd gevonden.

Het werd echter nooit achterhaald wie de man was en ook andere aanwijzingen leidden niet tot aanhoudingen. De politie moest lijdzaam toezien hoe de zaak op de plank belandde. Maar uit het zicht verdween de zaak nooit.

Een DNA-onderzoek werd gestart

Met de jaren ontwikkelden ook de forensische opsporingsmethodes zich, zoals DNA-onderzoek. Er werd in 2001 een DNA-profiel onttrokken uit het aangetroffen sperma en in 2002 werden alle potentiële verdachten opnieuw uitgenodigd om DNA af te staan. Het leverde niets op.

Hetzelfde gold voor een vergelijking met het DNA van de mannen uit de wijk Kogerveld met een strafrechtelijk verleden.

In 2004 vond er een bevolkingsonderzoek plaats, maar ook nu zonder resultaat. Het onderzoek kwam niet geheel stil te liggen, maar het duurde tot 2008 toen er wederom besloten werd een grootschalig DNA-onderzoek te starten. Het verschil was dat er deze keer een specifieke groep mannen werd opgeroepen.

Uit een etniciteitsonderzoek op het aangetroffen DNA bleek namelijk dat de voorouders van de man die het spoor had achtergelaten, van Turkse of Noord-Afrikaanse afkomst waren. Hier werden de getuigenklaringen over de Turks uitziende man op de fiets bij opgeteld.

Zo kreeg een geselecteerde groep van 75 mannen die ten tijde van het delict tussen de zestien en dertig jaar oud waren een uitnodiging zich vrijwillig te melden. Enkelen bleken niet traceerbaar, maar de overige 69 deden allen mee.

Opsporingsdiensten vroegen in 2008 al om verwantschapsonderzoek

Eind december 2008 moest het OM wederom melden dat het onderzoek niet het gewenste resultaat had. Er werd toen al gehamerd op een DNA-verwantschapsonderzoek, maar deze mogelijkheid zou pas in 2012 in de wet worden opgenomen.

Het duurde alsnog tot april 2016 voordat de definitieve toestemming er kwam en eind november 2017 ging het DNA-verwantschapsonderzoek alsnog van start.

Er was inmiddels een groep van 133 mannen geselecteerd die allemaal Turkse voorvaders hadden en in 1992 in de wijk Kogerveld in Zaandam woonden of familieleden hadden die daar toen woonden.

Zeker was dat het DNA-spoor aangetroffen in het lichaam van Milica van een man was, en mannen beschikken over een zogenoemd Y-chromosomaal. Dit wordt onveranderd van vader op zoon overgegeven. Vandaar dat een familielid ook al naar de verdachte kon leiden.

En dit was wat er gebeurde in de zaak-Milica van Doorn. Op 5 december 2017 belde het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) het onderzoeksteam op met de melding dat er een match was. Niet met de verdachte zelf, maar met een verwant, zijn broer.

Begin december 2017 werd verdachte aangehouden

Verder onderzoek leidde uiteindelijk op 9 december naar de aanhouding van Hüseyin A. in zijn woning in Zaandam. Hij bleek te wonen op enkele honderden meters van de plek waar Milica was gevonden. Zijn bloed werd afgenomen en er was een 100 procent match met het gevonden DNA.

De man bleek getrouwd en inmiddels had hij vier kinderen gekregen. Zijn naam kwam niet naar voren in andere zedenzaken. Wel was hij in het loop van het onderzoek naar de moord op Milica ook in beeld gekomen, maar leidde dit nooit tot een strafbare verdenking.

Man heeft tot nu toe wisselend verklaard

Kort na zijn arrestatie verklaarde Hüseyin A. dat hij in de nacht van 7 op 8 juni inderdaad een meisje was tegenkomen, maar verder stokte zijn verhaal en beriep hij zich op zijn zwijgrecht.

Zijn advocaat Jan-Heijn Kuijpers zou later zeggen dat zijn verklaringen niet serieus genomen moesten worden omdat zijn cliënt ook zei dat hij die avond zou zijn overgenomen door een geest.

Het is dus de vraag of er antwoord gaat komen op de vraag wat er die avond in 1992 met Milica is gebeurd. Op maandag en woensdag wordt er in de rechtszaal hopelijk meer duidelijk.