Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat heeft vrijdag aangekondigd dat de Nederlandse Staat in cassatie gaat in de Urgenda-zaak. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde begin oktober dat de Staat de uitstoot van broeikasgassen sneller moet terugdringen. 

De Hoge Raad zal zich nu gaan buigen over de vraag of het hof de wet correct heeft toegepast.

"Niet om de klimaatkwestie zelf", benadrukte Wiebes, die eerder al aangaf dat het kabinet zich inhoudelijk aan de uitspraak in hoger beroep zal houden. "Maar wel omdat wij willen weten, in hoogste instantie, of een rechter in deze mate op de stoel van de politiek mag gaan zitten." 

De minister sprak van een "principekwestie", waar het kabinet een uitspraak over wil hebben.

"Dat is gewoon niet waar", reageert Urgenda-directeur Marjan Minnesma op de uitspraak van Wiebes. "Als het echt een principekwestie zou zijn, had het kabinet allang meer maatregelen aangekondigd om de uitstoot tegen te gaan."

Nederland heeft bij de klimaatakkoorden van Parijs afgesproken dat het de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met een kwart moet hebben verminderd ten opzichte van 1990.

Volgens duurzaamheidsorganisatie Urgenda volstaat het huidige beleid "bij lange na" niet om dat doel te halen en moet het kabinet meer doen. ''Momenteel is de uitstoot pas 13 procent lager dan in 1990."

Klimaatzaak voor het eerst voor de rechter in 2015

Duurzaamheidsorganisatie Urgenda won samen met negenhonderd andere eisers op 24 juni 2015 de klimaatzaak die ze tegen de Nederlandse Staat hadden aangespannen. De rechter bepaalde toen dat de Staat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent moet hebben verlaagd ten opzichte van 1990.

De Staat accepteerde dat vonnis, maar ging wel in hoger beroep, omdat de rechtbank een "beleidsmatige en politieke keuze" zou hebben gemaakt. Het kabinet-Rutte II stelde het vonnis tegelijkertijd wel uit te gaan voeren. 

Hof: Nederland onder internationale norm uitstoot

Het gerechtshof oordeelde in oktober dat de rechtbank niet op de stoel van de politiek is gaan zitten, aangezien de rechtbank rechtsbescherming moet bieden, ook in zaken tegen de overheid.

Volgens de uitspraak van het hof is een reductie van 25 procent ten opzichte van 1990 in het jaar 2020 noodzakelijk. Die reductieplicht is in overeenstemming met de zorgplicht van de Staat. Het hof wees erop dat de Staat niet alleen verantwoordelijk is voor de uitstoot, maar wel zijn verantwoordelijkheid moet nemen.

Het hof stelde verder dat Nederland op basis van het huidige beleid in 2020 een vermindering van maximaal 17 procent zal bereiken. Dat is onder de norm van 25 tot 40 procent die in de klimaatwetenschap en het internationale klimaatbeleid noodzakelijk wordt geacht voor geïndustrialiseerde landen.