Het Openbaar Ministerie (OM) stelt woensdag dat de agenten die op 5 mei hebben geschoten op de verdachte van een steekpartij in Den Haag, rechtmatig hebben gehandeld.

De verdachte, de 31-jarige Malek F., stak op 5 mei drie mensen neer met een mes op het Johanna Westerdijkplein in Den Haag. Bij zijn arrestatie is door drie agenten in totaal negen keer geschoten, zeven keer gericht en twee keer ter waarschuwing.

Uit het onderzoek blijkt dat F. ondanks vele waarschuwingen zijn wapen niet wilde neerleggen en juist met een getrokken mes op een van de agenten afkwam. Deze agent en zijn collega schoten toen min of meer gelijktijdig op de benen van de verdachte.

Op de grond bleef de houding van de verdachte bedreigend. Hij liet het mes nog niet vallen en maakte aanstalten weer op te staan of zichzelf iets aan te doen. De agenten schoten opnieuw. Kort daarna arriveerde een speciale eenheid die hem met een taser onder controle bracht en aanhield.

Het OM oordeelt dat de agenten reden hadden om te vrezen voor hun leven of dat van anderen. Voor de aanhouding was daarom het gebruik van hun vuurwapens geoorloofd.

De rechtbank zal later ook een eigen oordeel vormen over de rechtmatigheid van de schoten. De drie agenten zullen in februari door de rechter-commissaris als getuigen worden gehoord. Dit is onderdeel van het grotere proces dat tegen F. loopt.