De rechtbank in Amsterdam heeft maandag celstraffen tot dertig maanden opgelegd aan vier mannen die terechtstonden voor hun betrokkenheid bij de poging Benaouf A. uit de gevangenis van Roermond te bevrijden met een gekaapte helikopter.

De opgelegde straffen zijn fors lager dan de negen jaar die het Openbaar Ministerie (OM) had geëist. Dit komt doordat de rechtbank concludeert dat de mannen nog niet waren begonnen aan de kaping, omdat de politie ingreep voordat dit kon plaatsvinden.

"Omdat de politie de mannen aanhield voordat sprake was van een begin van de uitvoering, kan de poging tot kaping en bevrijding bij geen van de verdachten bewezen worden."

De rechtbank acht wel bewezen dat de vier mannen waren begonnen met het voorbereiden van de helikopterkaping. "Ze hadden een tas met wapens en munitie in een auto gereedstaan vlak bij de plaats waar de kaping zou plaatsvinden."

In totaal stonden negen mannen terecht, vijf van hen zijn vrijgesproken van het voorbereiden van de kaping. Het OM heeft bekendgemaakt in hoger beroep te gaan. Justitie is het oneens met het vonnis en vindt de straffen te laag. 

Benaouf A. moest van luchtplaats gehesen worden

De mannen hebben vorig jaar oktober geprobeerd de crimineel Benaouf A. te bevrijden. Hij wordt gezien als een van de kopstukken van de Amsterdamse onderwereld. A. zit momenteel een straf van twaalf jaar uit voor het aansturen van een liquidatie in Antwerpen in 2012.

Volgens justitie wilden de mannen hem van de luchtplaats hijsen met een touw en een autoband. Agenten konden echter ingrijpen, omdat ze al van de plannen op de hoogte waren.

Zo werd de luchthaven waar de helikopter gekaapt moest worden 'overgenomen' door agenten die zich voordeden als medewerkers.