Het gerechtshof in Amsterdam heeft donderdagochtend tevergeefs geprobeerd Aydin C. aan het praten te krijgen. De veroordeelde webcamafperser zat onderuitgezakt in zijn stoel en negeerde vragen van zowel de raadsheren als het Openbaar Ministerie (OM).

"Is het nou niet moeilijk om steeds niets te zeggen?", vroeg de voorzitter van het hof na het doornemen van de eerste afpersingszaken.

"Het lijkt mij zo eenzaam om niet te spreken. U zit nu vijf jaar vast en nog kunt u er niet doorheen breken. Als ik het dossier zo doorneem, dan denk ik: die man moet heel eenzaam zijn. Ik heb daar wel mee te doen, met die eenzaamheid."

C. gaf geen krimp en was vooral druk met aantekeningen maken. "De weerzin spat ervanaf bij u", zei een van de raadsheren. "U doet uw best een ongeïnteresseerde indruk te maken, schrijft af en toe wat op, zit onderuit. Maar klopt het dat u hier niets van wilt weten? Voelt u zich niet uitgedaagd het gesprek aan te gaan? Bent u er bang voor?"

Een halve minuut later moest ze constateren dat elke reactie uitbleef, zoals ook de derde raadsheer ondervond.

'Hoger beroep laatste kans vragen te beantwoorden'

C. kondigde kort voor aanvang van het hoger beroep van donderdag aan dat hij vragen niet zou beantwoorden en dat het hof een "tunnelvisie" heeft. "Ik erken dit hof niet. Als mij iets gevraagd wordt, zal ik zwijgen", benadrukte C.

Hij verklaarde dat hij "inmiddels vijf jaar onschuldig vastzit als gevolg van een gerechtelijke dwaling" en dat de informatieachterstand voor zijn verdediging enorm is doordat inzage in belangrijke stukken geweigerd wordt. Hij zei zijn verdediging het woord te laten voeren.

"U heeft ons een tunnelvisiehof genoemd. Maar dit hele dossier maakt ons juist heel nieuwsgierig. Wij proberen weg te blijven uit die tunnel. Ik wil u nog meegeven dat zo'n hoger beroep de laatste kans is nog iets over de feiten te zeggen, al die vragen van ons te beantwoorden. Maar u geeft ook mij geen sjoege. Dat vind ik oprecht jammer."

Inzage in digitale onderzoeksinformatie afgewezen

C. deed maandag via zijn advocaat Robert Malewicz een ultieme poging om toegang tot een berg met digitale onderzoeksinformatie in zijn zaak te krijgen, nadat het hof vergelijkbare verzoeken eerder had afgewezen. Dit had hij naar eigen zeggen nodig om zijn onschuld te kunnen aantonen.

Donderdag oordeelde de rechter in hoger beroep dat C. geen inzage krijgt in de onderzoeksgegevens van zijn zaak. Het gaat om data die op computers en andere gegevensdragers in de woning van de Tilburger zijn aangetroffen toen hij daar op 13 januari 2014 werd aangehouden.

C. zegt dat hij met de data kan aantonen dat hij niet de schuldige is. Zo zou hij harde schijven van andere mensen in zijn bezit hebben gehad.

Het hof vindt echter dat C. er niet in is geslaagd de noodzaak van zijn verzoek aan te tonen. Eerder zei het Openbaar Ministerie (OM) al dat "alle belastende én ontlastende informatie die voor de strafzaak van belang is" aan de processtukken is toegevoegd.

Eén slachtoffer van C. pleegde zelfmoord

C. kreeg vorig jaar bijna elf jaar cel wegens de digitale stalking en afpersing van 34 minderjarige meisjes in Nederland, Noorwegen, Engeland, de Verenigde Staten en Canada en van een homoseksuele man in Nederland. Ook werd hij bestraft voor het maken en verspreiden van kinderporno, computervredebreuk, oplichting en drugsbezit.

Een van zijn vermeende slachtoffers was de Canadese Amanda Todd, die in 2012 op vijftienjarige leeftijd een einde aan haar leven maakte. Voor die afpersing wordt C. later in Canada berecht.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!