Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) mocht op 1 oktober besluiten de stint niet langer toe te laten op de openbare weg. Het verbod blijft hiermee in stand, heeft de rechtbank donderdag bepaald.

Volgens de minister zijn er twijfels gerezen over de veilgheid van de stint en moet dit eerst worden uitgezocht voordat de elektrische bolderkar weer de weg op mag.

Een eigenaar van een gastouderopvang Het Kinderstraatje in Almere had de rechtbank in een kort geding verzocht het verbod op te heffen. De vrouw is erg afhankelijk van het gebruik van het voertuig, omdat ze kinderen weg moet brengen naar school.

De advocaat van de vrouw, Werner van Bentem, bepleitte dat er geen noodzaak was om de stint tijdelijk te verbieden. De maatregel was volgens hem te vergaand en gebaseerd op ondeugdelijk onderzoek.

De rechtbank oordeelde dat de verkeersveiligheid voor het belang gaat van de eigenaar van de gastouderopvang. Er waren volgens de rechter genoeg aanwijzingen die een onderzoek naar de stint rechtvaardigen en daarmee een schorsing van het gebruik van de stint op de weg.

Van Benthem zei de uitspraak te respecteren, maar het niet eens te zijn met de veronderstelling dat de stint niet veilig is. Hij zei dat het voor zijn cliënt een teleurstellende uitspraak was. Er is geen hoger beroep mogelijk.

Verbod was gevolg van dodelijk ongeval met stint

Het verbod had alles te maken met het dodelijke ongeval met de stint op 20 september in Oss. Door nog onbekende reden kwam een stint in botsing met een trein. 

Vier kinderen kwamen om het leven. Een vijfde kind en een medewerker van een kinderopvang in Oss die het voertuig bestuurde, raakten zwaargewond.

Naar aanleiding van het ongeluk onderzochten de politie, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een aantal stints. Daaruit bleek dat de stint mogelijk gebreken heeft die tot een onveilige situatie op de weg kunnen leiden.

Onderzoek naar veiligheid stint duurt zeker tot de jaarwisseling

Het was voor Van Nieuwenhuizen de reden om op 1 oktober de beslissing om de stint deel te laten nemen aan het verkeer voorlopig te schorsen. "Een kans" op een ongeluk was voldoende voor een verbod, aldus de landsadvocaat.

Het ministerie heeft laten weten dat het onderzoek naar de veiligheid zeker tot de jaarswisseling gaat duren. Voor de fabrikant van de stint kwam dit te laat. Eigenaar Edwin Renzen vroeg maandag faillissement aan, omdat hij naar eigen zeggen geen andere uitweg meer zag.

De rechter merkte donderdag op "dat het wel aan de minister is om voortvarend te werk te gaan, zodat betrokkenen niet onnodig lang in onzekerheid hoeven te verkeren".

Veel vragen over handelen minister Van Nieuwenhuizen

Ondertussen zijn er veel vragen gerezen over het handelen van minister Van Nieuwenhuizen. Zo bracht RTL Nieuws naar buiten dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Tweede Kamer van onvolledige informatie voorzien heeft om de stint van de weg te krijgen en eigen fouten te verbergen.

Woensdag kwam daar het bericht bij dat Van Nieuwenhuizen informatie aan de Kamer zou hebben verstrekt uit een onjuist en onvolledig proces-verbaal.

Het Openbaar Ministerie (OM) schrijft dat het gaat om meldingen van een kinderdagverblijf uit Amsterdam over mogelijke remproblemen. De inspectiedienst zou onjuiste conclusies hebben getrokken uit deze meldingen, waarna de kinderopvang de verklaring wilde intrekken. 

In de tweede verklaring heeft de medewerker van het kinderdagverblijf haar verklaring over de technische gebreken van de stint genuanceerd. 

Later op donderdag volgt er een debat met Van Nieuwenhuizen in de Tweede Kamer.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!