De noodzaak voor een verbod op de stint op de openbare weg ontbrak bij minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat), stelt de advocaat van de eigenaar van kinderopvang Het Kinderstraatje donderdag tijdens een kort geding.

Michelle van Zundert, de eigenaar van de kinderopvang in Almere, had het kort geding aangespannen. Door het verbod is het voor haar nu lastig om kinderen van en naar school te brengen.

Begin oktober verbood de minister de stint op de openbare weg voor onbepaalde tijd. Dit deed ze nadat uit een eerste onderzoek was gebleken dat het voertuig onveilig kan zijn. Het onderzoek werd ingesteld na een ongeluk op 20 september, toen een trein in Oss op een stint botste.

Tijdens het ongeluk zaten er vijf kinderen in de elektrische bolderkar. Vier van de kinderen kwamen om het leven. Een kind en de bestuurder van de stint raakten zwaargewond. Een medewerker van een kinderopvang in Oss bestuurde het voertuig.

'Er moet noodzaak voor zijn'

De advocaten van de minister zeiden dat Van Nieuwenhuizen de bevoegdheid heeft om voertuigen toe te laten op de openbare weg, maar dat niet wettelijk is vastgelegd dat de minister die toelating ook weer mag intrekken.

"Maar als je een voertuig mag aannemen, dan mag intrekken en schorsing ook", aldus een advocaat van de minister. "Het is natuurlijk niet zo dat je dat mag als je er op een dag anders over denkt. Er moet wel noodzaak voor zijn."

Maar die noodzaak ontbrak volgens de advocaat van Het Kinderstraatje. Volgens hem is de kans dat er een nieuw ongeluk gebeurt met zo'n elektrische bolderkar erg klein. "Als er vijf kinderen in een busje zitten dat in brand vliegt en de kinderen komen met de schrik vrij, dan ga je toch ook niet direct alle Mercedes-busjes verbieden?"

De advocaten van minister Van Nieuwenhuizen stelden dat "een kans" voldoende was om de stint te verbieden.

'Vervangend vervoer kost te veel'

Van Zundert vangt maximaal zes kinderen per dag op, van wie er drie naar de basisschool gaan. Haar raadsman zette tijdens de zitting uiteen dat het haar veel kost om vervangend vervoer voor de kinderen te regelen. "Ze maakt jaarlijks 4.000 kilometer met de stint. Ga maar eens uitrekenen wat het kost als je daarvoor telkens een taxi laat rijden", aldus de advocaat.

"Laatst heeft mijn cliënt de kinderen lopend naar school gebracht. Daar heeft ze toen een uur over gedaan", aldus de raadsman. "De vraag is ook of de kinderen dat aankunnen."

Uitspraak op 1 november

Het onderzoek naar de veiligheid van de stint duurt nog tot zeker de jaarwisseling, zeiden de advocaten van het ministerie. Tot die tijd blijft de schorsing van de stint van kracht.

De uitspraak van de rechter is op donderdag 1 november om 13.00 uur in de rechtbank van Utrecht.