De overheid maakt het inburgeraars moeilijk om mee te doen in de samenleving. Dit stelt Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in zijn onderzoeksrapport Een valse start.

"Ze willen meedoen", zegt Van Zutphen, "maar het wordt inburgeraars in plaats van gemakkelijk, juist lastig gemaakt. Dat is raar." Aan nieuwkomers worden allerlei ingewikkelde eisen gesteld en als ze niet aan die eisen voldoen, krijgen ze een boete.

Voor inburgeraars leiden zaken als kastje-naar-de-muur en veel wetten en regels tot problemen "in het kwadraat", omdat ze aan allerlei eisen moeten voldoen om in te burgeren en tegelijkertijd hun leven op de rit moeten krijgen in een land dat ze niet kennen en waar ze de taal niet spreken.

Als het dan ergens misgaat, gaat het ook goed mis, constateert Van Zutphen. Hij wil dat er per direct dienstverlening op maat komt, en niet een soort "standaard" papieren inburgeringsplan. De overheid moet luisteren naar de inburgeraar. En: alle betrokkenen moeten inburgering niet zien als een gunst, maar als een duurzame investering.

Minister Koolmees onderkent de problemen

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderkent de problemen en wil de inburgering vanaf medio 2020 veranderen, met meer nadruk op hulp en maatwerk voor inburgeraars. "Maar de 84.459 mensen die nu bezig zijn om in te burgeren, zijn hier niet mee geholpen", vindt de Nationale ombudsman.

Ook VluchtelingenWerk vindt dat teleurstellend. De minister zou nu al met een concrete aanpak voor de huidige groep moeten komen. Deze mensen lopen anders het risico in een neerwaartse spiraal terecht te komen.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!