Ruim 40 Nederlandse musea hebben in totaal 170 kunstvoorwerpen in bezit die mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gestolen van Joodse eigenaren, blijkt woensdag na jarenlang onderzoek door musea.

Sommige van de 170 kunstvoorwerpen bestaan uit meerdere stukken, zodat het uiteindelijk om enkele honderden voorwerpen gaat, meldt Trouw.

42 musea hebben voorwerpen met een dergelijke onduidelijke herkomst, staat in de inventarisatie op de website van het project Museale Verwervingen vanaf 1933. Het gaat onder meer om het werk Salomé met het hoofd van Johannes de Doper van de schilder Jan Adam Kruseman, dat in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt.

De inventarisatie heeft tot doel de oorspronkelijke eigenaren te vinden en het werk terug te geven. De betrokken musea, die kunst afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog in bezit hebben, onderzochten de afgelopen tien jaar of die kunst roofkunst zou kunnen zijn. De meeste musea hebben dat onderzoek nu afgerond, alleen het Rijksmuseum heeft meer tijd nodig vanwege de omvang van de collectie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden de nazi's in Europa op grote schaal kunst. In Nederland werden duizenden schilderijen, tekeningen en andere kunstvoorwerpen geroofd of voor een te lage prijs gekocht. Ook is er door Joden veel kunst achtergelaten, toen zij tijdens de oorlog op de vlucht sloegen.

In 1997 startte de commissie-Ekkart onderzoek naar het kunstbezit van de Nederlandse Staat. Een jaar later zijn musea begonnen met onderzoek naar hun eigen collecties. Sinds 2002 zijn zo'n 460 kunstwerken teruggegeven.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!