De Oud-Katholieke Kerk moet vertrouwenspersonen aanstellen om te voorkomen dat toekomstige gevallen van seksueel misbruik in de doofpot belanden, adviseert de Onderzoekscommissie Seksueel Misbruik in de Oud-Katholieke Kerk Nederland (OKKN) dinsdag.

Zowel gelovigen als geestelijken zouden op deze manier seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de kerk kunnen melden. Het is een van de zeven aanbevelingen in een dinsdag verschenen rapport van OKKN

De onderzoekscommissie stond onder leiding van oud-rechter Wiel Stevens, die eerder misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk onderzocht.

De kerk stelde in mei vorig jaar een onderzoek in naar misbruik binnen de kerk, nadat bekend werd dat zeven geestelijken zich hadden vergrepen aan kinderen. De misdragingen, zo concluderen de onderzoekers nu, varieerden van het maken van seksueel getinte opmerkingen, tot aanranding en ernstig seksueel misbruik.

Vijf van de zeven geestelijken zijn inmiddels overleden. Eén van hen was een oud-katholieke luchthavenpastor van Schiphol, die in Cambodja werd opgepakt. Hij had daar veel naaktfoto's van jongens gemaakt. De kerk wist van zijn seksuele voorkeur, maar deed daar niets aan.

Het bestuur van de kerk zegt dinsdag "geschokt" te zijn door het rapport en betuigt "diepe spijt". Ook sluit het bestuur terugtreden niet uit. De Oud-Katholieke Kerk is een liberale kerkstroming met zo'n vijfduizend leden.

'Tegengaan van een doofpotcultuur'

De commissie denkt dat het aanstellen van vertrouwenspersonen het ontstaan van een doofpot- of schandpaalcultuur kan tegengaan. Het idee van de commissie is dat signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag bijeenkomen bij één "instantie" binnen de OKKN, "zonder dat meteen een geruchtencircuit ontstaat".

De commissie heeft een voorziening op het oog voor zowel gelovigen als pastoors, die weet krijgen van een geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag en hierover kunnen praten met iemand die daarvoor aangesteld en geschoold is.

Een bijkomend voordeel van vertrouwenspersonen is volgens de onderzoekers dat een pastoor of bisschop niet in een vroeg stadium op de hoogte wordt gesteld van vermeend seksueel misbruik en daarmee risico loopt partij te worden in de kwestie en daardoor onderdeel van het probleem.

Slachtoffers voelden zich in de steek gelaten

In het rapport zoomen de onderzoekers ook in op elk van de zeven daders en waarvan ze worden beticht. Hieruit wordt duidelijk dat in het geval van een melding van misbruik de kerkleiding destijds vaak niet de juiste maatregelen nam, waardoor slachtoffers zich in de steek gelaten voelden.

Vijf van de slachtoffers lieten weten nog steeds kwaad en verdrietig te zijn, terwijl vijf anderen zeiden dat de zaak wat hen betreft was afgesloten. Het melden was voor enkelen van hen wel belangrijk, omdat ze hopen dat de kerk ervan kan leren voor de toekomst. Sommigen van hen hebben schikkingen geaccepteerd.

De commissie is kritisch over hoe de leiding van de kerk is omgegaan met de situatie. "Hoewel de geruchten volop de ronde deden en er zelfs meldingen bij leidinggevenden binnenkwamen, is er niet opgetreden of ingegrepen. Slachtoffers die de moed hadden zich te melden, bleven in de kou staan."

Ook is er vrees dat het huidige bestuur slagvaardigheid mist als die nodig is.