Vijftig jaar na de invoering van de Mammoetwet gaat bijna iedereen naar school in Nederland. De deelname van leerlingen aan het voortgezet onderwijs is sindsdien met zo'n 17 procent gestegen, maakt statistiekbureau CBS bekend.

De Mammoetwet werd in het schooljaar 1968/1969 ingevoerd en veranderde het middelbare onderwijs ingrijpend. Zo ging de leerplichtperiode omhoog en verdwenen onderwijssoorten als mulo, mms en hbs.

Daarvoor in de plaats kwamen mavo, havo en vwo. Ook werd de brugklas ingevoerd en werd het mogelijk om door te stromen van mavo naar havo en van havo naar vwo.

Inmiddels volgen 985.000 scholieren een opleiding vmbo, havo of vwo. Dat is 81 procent van de jongeren in de schoolgaande leeftijd, meldt het CBS. Een deel van de twaalf- tot achttienjarigen volgt onderwijs dat buiten het voortgezet onderwijs valt; bijvoorbeeld op speciale scholen of hoger onderwijs. Met deze groepen meegeteld, volgt 98,6 procent van de jongeren 'bekostigd' onderwijs.

Volgens het CBS bezochten in 1900 nog maar dertienduizend leerlingen een middelbare school. Dat kwam neer op 2 procent van alle twaalf- tot achttienjarigen. Direct na de invoering van de Mammoetwet werd dit 64 procent.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!