Stints mogen de openbare weg niet meer op vanwege zorgen over de veiligheid van de elektrische bolderkar. Dat heeft minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur maandag besloten.

De minister nam haar besluit op grond van voorlopige resultaten van een onderzoek naar het voertuig door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Daaruit is gebleken dat er veiligheidsrisico's zijn verbonden aan het gebruik van het voertuig, meldt het ministerie in een verklaring.

Per 00.00 uur op 2 oktober mogen stints de openbare weg niet meer op. Kinderdagverblijven en andere stint-gebruikers worden over het besluit geïnformeerd. 

PostNL, dat 79 stints gebruikt in Nederland, laat weten het verbod te zullen respecteren. Het postbedrijf zet de komende tijd bakfietsen en dieselbusjes in om de bezorging per stint te vervangen.

'Veiligheid staat voorop'

Een woordvoerder van de Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) stelt dat "voor iedereen in de branche veiligheid voorop staat" en dat er bij twijfel gekozen moet worden voor veiligheid.

De woordvoerder stelt dat er busjes en taxi's moeten worden ingehuurd om kinderen te vervoeren, maar dat in "het slechtste geval kinderen moeten lopen en fietsen, bijvoorbeeld van voorschoolse opvang naar school. Dan zullen ze, in het ergste geval, iets later op school zijn."

ILT en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoeken de veiligheid van de stint naar aanleiding van een fataal ongeluk met zo'n bolderkar in Oss op 20 september.

Uit de eerste, voorlopige resultaten van dit onderzoek zijn twijfels gerezen over de technische constructie van de bolderkar. Die zou ertoe kunnen leiden dat het voertuig stilvalt of niet meer remt.

Bedrijf wijzigde ontwerp zonder ministerie te informeren

Daarnaast heeft Stintum, het bedrijf dat de stints produceert, op eigen initiatief wijzigingen aan het ontwerp aangebracht die niet bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn voorgelegd, laat het ministerie weten.

Bij het ongeluk in Oss kwamen vier kinderen om het leven, toen de stint van hun kinderdagverblijf op een bewaakte spoorwegovergang onder een trein belandde. Een ander kind en de vrouwelijke begeleider die het voertuig bestuurde raakten ernstig gewond. De toedracht van het ongeval wordt nog onderzocht.