Drie vermeende kopstukken van een bende die volgens justitie mogelijk jarenlang vissers inzette en onder druk zette om vanaf zee grote partijen harddrugs aan land te smokkelen, hebben donderdag bij de start van hun strafproces alle beschuldigingen van de hand gewezen.

"Onzin. Ik ben geen drugsbaas of grote afdreiger. Ik heb vrienden een dienst willen bewijzen", sprak het vermeende kopstuk Muhammed S. fel voor de rechtbank in Amsterdam.

Samen met Ferry B. (43) uit Den Helder en Leendert R. (51) uit Urk werd S. vorig najaar opgepakt. Dat gebeurde enkele maanden nadat in Harlingen een partij van bijna 261 kilogram cocaïne was onderschept, die met de Urker viskotter Z181 aan land was gebracht.

De kustwacht blijkt de kotter te hebben gevolgd toen die op een avond in juni vorig jaar uitvoer. Het schip kruiste het spoor van een Braziliaans containerschip en de bemanningsleden pikten sporttassen met drugs op uit zee. Daarna keerde het wegens 'motorproblemen' voortijdig terug naar de haven.

De bemanningsleden en eigenaar Johannes N. uit Urk kregen in mei straffen tot zes jaar cel opgelegd. N. legde een uitgebreide bekentenis af. Hij beweert onder druk te zijn gezet en te zijn bedreigd om met de smokkelbende mee te werken. Het Openbaar Ministerie (OM) vermoedt dat Muhammed S. achter die bedreigingen zit, hoewel N. geen namen heeft genoemd.

Muhammed S. moet zich ook verantwoorden voor een liquidatiepoging op een man in Hippolytushoef in 2015. Ook verdachte B. zou erbij betrokken zijn geweest. Hun betrokkenheid zou blijken uit versleutelde berichten die in handen van het OM zijn.