Gegevens van gekraakte telefoons van twee mannen die verdacht worden van de liquidatie van Samir Erraghib in IJsselstein in 2016, moeten duidelijk maken wie van de twee de schutter is. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) woensdag bekendgemaakt tijdens het hoger beroep in deze zaak.

Het OM geeft de gegevens nog niet vrij om een ander onderzoek niet in gevaar te brengen. De zaak wordt daarom drie maanden uitgesteld.

De 37-jarige Erraghib werd zondagochtend 17 april 2016 voor zijn huis in IJsselstein doorzeefd met kogels toen hij met zijn dochter van zeven in de auto stapte om naar Arabische les te rijden.

Hij overleed in het ziekenhuis. De rechtbank veroordeelde de verdachten - destijds woonachtig in Vianen en Rosmalen - vorig jaar tot twintig jaar cel.

Vluchtauto wilde niet starten

Bij de schietpartij bleef het meisje ongedeerd. In de vluchtauto, die niet wilde starten, vond de politie een bivakmuts met DNA-sporen van de 25-jarige Bowy T. uit Rosmalen, vingerafdrukken en een tas met drie wapens waaronder het wapen waarmee Erraghib neergeschoten was.

Abdelghani El H. (24) vluchtte via een sloot naar een tuinhuisje en werd gevonden met een natte broek vol kroos. In het tuinhuisje vond de politie een tas met meer natte kleren en een bivakmuts met zijn DNA.

Het OM kondigde een selectie van 20 gekraakte telefoonfragmenten aan, uit een verzameling van 858. De advocaten van de verdachten willen zelf selecteren wat zij relevant vinden.