Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag twintig jaar cel geëist tegen Albert B., die verdacht wordt ​​van het doden van twee vrouwen in Rotterdam in de jaren negentig. Het OM acht verkrachting en doodslag bewezen in beide zaken.

Volgens het OM heeft hij de dakloze Berendina Stijger (45) en de prostituee Francis Garcia-Hofland (22) in 1990 en 1991 met messteken om het leven gebracht. Het DNA van de 59-jarige verdachte is op beide slachtoffers aangetroffen.

De nabestaanden hebben een vordering van 1.360 euro ingediend. Dat waren de kosten die zij na de dood van de twee vrouwen gemaakt hebben.

Het OM zegt dat er te veel overeenkomsten tussen de moorden zijn. De rechter liet tijdens de zitting al weten dat dat bijna geen toeval kan zijn. De manier waarop de dader bij beide vrouwen te werk is gegaan, is volgens het OM precies hetzelfde.

De man had in zijn appartement ook fotocollages van ontblote vrouwen die overeenkomsten vertoonden met de manier waarop de slachtoffers aangetroffen zijn. Zo waren de tepels van de vrouwen bedekt.

DNA-verwantschapsonderzoek leidde tot aanhouding B.

B. werd in 2017 opgepakt nadat een DNA-verwantschapsonderzoek in zijn richting wees. Hij werd in de eerste instantie ook in verband gebracht met nog drie moorden op prostituees, maar uiteindelijk heeft justitie daar geen aanknopingspunten voor kunnen vinden.

Het Pieter Baan Centrum liet tijdens de zitting weten dat B. waarschijnlijk al sinds de jaren tachtig een chronische psychische stoornis heeft. Of dat verband houdt met de misdaden, is niet bekend volgens het centrum.

Tijdens eerdere zittingen bleek al dat de man soms niet helder is. Zijn advocaat heeft hierom meerdere malen gevraagd de vervolging van de man te schorsen. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat B. wel strafrechtelijk vervolgd kan worden.

B. heeft altijd ontkend iets met de moorden te maken te hebben.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!