De verdachten van de verijdelde helikopterkaping en bevrijdingspoging van crimineel Benaouf A. uit de gevangenis van Roermond hebben dinsdag vooral gezwegen. Alleen de Colombiaanse helikopterpiloot gaf op de eerste dag van het proces een verklaring.

Omar A. en de broers Ismail en Houssain El H. deden afstand van hun recht om aanwezig te zijn op zitting. Vijf anderen waren wel aanwezig, maar beriepen zich vooral op hun zwijgrecht.

Het proces gaat over de voorgenomen bevrijding van Benaouf A. op 11 oktober 2017. De man wordt gezien als een van de kopstukken in de Amsterdamse onderwereld. De crimineel was eind 2012 doelwit van de 'wildwestschietpartij' in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam. Hij zit een straf van twaalf jaar uit voor het aansturen van een liquidatie in Antwerpen in 2012.

Hij moest met behulp van een helikopter vanaf de luchtplaats van de gevangenis in Roermond getakeld worden. De politie was echter op de hoogte van de plannen en kon de kaping en bevrijding voorkomen.

Piloot claimt dat hij instructies kreeg van L. en El M.

Alvaro G.B., de Colombiaan die als helikopterpiloot moest fungeren, gaf dinsdag wel enige uitleg. De man was echter vaak lang van stof en moest er door de voorzitter van de rechtbank regelmatig op worden gewezen dat zijn verklaring alleen over deze zaak moest gaan.

Hij vertelde in Colombia bedreigd te zijn door een persoon genaamd Alex. G.B. was bang dat zijn dochter en vrouw wat zou overkomen en daarom ging hij in op het aanbod om de helikopter te besturen. Hij kreeg hier naar eigen zeggen in eerste instantie 20.000 euro voor, maar moest hier om onbekende reden 10.000 euro van teruggeven.

Hij kwam vanuit Colombia in Brussel aan en werd daar door enkele verdachten opgehaald en naar Nederland gebracht. Eind september zou hij in Roosendaal zijn bijgepraat over wat er van hem verwacht werd en kreeg hij de plek waar hij moest landen te zien.

Hij verklaarde dat Abdelghafour L. en Houssain El M. aanwezig waren bij deze gesprekken. L., die zich op woensdag 5 september vrijwillig bij de politie meldde, beriep zich op zijn zwijgrecht toen hem naar deze ontmoeting gevraagd werd.

OM ziet L. als coördinator verijdelde bevrijdingsactie

Hij zei naar de politie te zijn gaan omdat hij hoorde dat hij gezocht werd. Hij kwam hierachter nadat de politie in februari van dit jaar zijn woning binnenviel. L. wilde zich wel eerder melden, maar hij stond gesignaleerd en was bang dat hij in Marokko, waar hij verbleef, aangehouden zou worden. In samenspraak met justitie werd zijn signalering opgeheven.

Justitie ziet L. als coördinator van de bevrijding en denkt dat hij als contact tussen Benaouf A. en de andere verdachten zou hebben gefungeerd. De man uit Bergen op Zoom wilde niet zeggen of hij Benaouf A. kent en of het klopt dat hij hem in april in de gevangenis bezocht heeft.

Woensdag zal het Openbaar Ministerie (OM) de strafeis formuleren en wordt er meer duidelijk over welke rol de verdachten volgens het OM gespeeld hebben.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!