Een kwart van de verdachten die tbs-onderzoek weigert vangt bot bij de rechter, blijkt uit nieuw onderzoek van onderzoekscentrum WODC dat maandag verschijnt.

Dagblad Trouw schrijft dat het percentage dat zich verplicht moet laten behandelen volgens het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum in hoger beroep zelfs oploopt tot 43 procent. Het centrum is een onderzoeksorgaan van het ministerie van Justitie.

Verdachten die een tbs-maatregel krijgen opgelegd, moeten verplicht in behandeling bij een kliniek. Daarvoor moet eerst een stoornis, die ook tijdens het misdrijf speelde, worden vastgesteld bij de verdachte. Zo'n stoornis is lastig vast te stellen als de verdachte weigert mee te werken aan een onderzoek.

Toch kan de maatregel dan nog steeds worden opgelegd, omdat gedragskundigen een diagnose stellen op basis van hoe de verdachte zich tijdens verhoren gedraagt en op grond van eerdere veroordelingen. Ook is de rechter bevoegd om zonder diagnose alsnog de maatregel op te leggen.

Dat laatste gebeurt weinig, concludeert het WODC. Rechters willen niet voor dokter spelen of weten niet van de maatregel af.

Het opleggen van tbs komt in Nederland zo'n 170 keer per jaar voor. Daarvan weigert maar een klein deel. Rechters krijgen dus niet zo vaak met de situatie te maken.