De Armeense kinderen Lili en Howick moeten Nederland definitief verlaten, heeft de rechtbank in Amsterdam vrijdagavond besloten. Uiterlijk zaterdag worden ze uitgezet naar Armenië. 

Volgens de rechtbank zijn er geen redenen dat de uitzetting niet kan doorgaan. De advocaat van de kinderen heeft tevergeefs de noodprocedure aangespannen. 

Uit nieuwe informatie zou blijken dat de moeder niet in staat was om voor de kinderen te zorgen, werd aangevoerd door de advocaten. De rechtbank wijst dit af omdat er wordt gesteld dat de psychische gesteldheid van de moeder nog niet kan worden vastgesteld. 

"Daarnaast blijkt uit de stukken die zijn ingebracht door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (Mark Harbers, red.) dat er afspraken zijn gemaakt over onderdak, scholing en financiële ondersteuning", zegt de rechtbank. 

Kinderen kwamen in 2008 naar Nederland

Lili en Howick (12 en 13 jaar oud) zijn in 2008 met hun moeder Armina naar Nederland gekomen. In 2009 kregen zij te horen dat ze geen verblijfsvergunning zouden krijgen. De moeder van de kinderen is echter jarenlang blijven procederen, wat ook lang duurde door de administratieve achterstand van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Armina is vorig jaar uitgezet en liet haar kinderen onderduiken om te voorkomen dat zij ook naar Armenië moesten. Het gaat op psychisch gebied niet goed met haar, concludeerde een arts eerder. Hierdoor kunnen Lili en Howick niet meteen bij haar verblijven als ze in Armenië arriveren. "De moeder is in afwachting van een plaats in de kliniek", aldus de raadsman.

Rutte: 'hard zijn tegen mensen die geen recht hebben op verblijf'

Premier Mark Rutte zei vrijdag dat hij begrip heeft voor de emoties die de uitzetting teweegbrengen, maar dat je "hard moet zijn tegen mensen die dat recht op verblijf niet hebben".

Onder meer de Raad voor de Kinderbescherming (die onder het ministerie van Justitie en Veiligheid valt) en de ngo Defence for Children hebben gezegd dat de uitzetting niet in het belang van Lili en Howick is.

Zo spreken de tieners de taal niet. Ook de Kinderombudsman vond dat bij uitzetting de fundamentele mensenrechten van de kinderen worden geschonden.