Het Openbaar Ministerie (OM) heeft zich in het Passageproces niet aan de wettelijke bepalingen over kroongetuigen gehouden, zo bepleitte advocaat Sander Janssen van de veroordeelde huurmoordenaar Jesse R. tijdens een uitzonderlijke zitting van de Hoge Raad.

Janssen lichtte daar zijn cassatieverzoek toe. Het Passageproces ging over meerdere liquidaties in de onderwereld.

Kroongetuige Peter la S. "heeft aanzienlijk meer uitonderhandeld dan maximale strafvermindering", zoals in de wet vastgelegd is. Hij hoefde volgens Janssen niet het financieel gewin van een van de liquidaties in te leveren, goed voor 800.000 euro.

"Daarnaast kreeg hij toezeggingen op het gebied van getuigenbescherming die 1,5 tot 2 miljoen euro becijferen, een verkapte beloning." Ook kroongetuige Fred R. zou hebben geprofiteerd van zijn 'klikken'.

Rechter-commissaris heeft regelingen niet getoetst

Het OM heeft verzuimd de rechter-commissaris de regelingen te laten toetsen. Daarmee heeft het OM zich aan het wettelijke systeem onttrokken, aldus Janssen.

"Ik kan niet geloven dat we in Nederland een situatie hebben waarin een uitvoerend orgaan zich bewust onttrekt aan de aanwijzingen van het wetgevend orgaan en daar nog mee wegkomt ook. Dit gaat om de integriteit van het strafproces."

Een mondelinge toelichting van cassatiemiddelen is een betrekkelijke zeldzaamheid. De procedure wordt in de regel schriftelijk gevoerd. De Hoge Raad kent geen vaste termijnen. Een uitspraak over de cassatie kan enkele maanden tot een half jaar duren.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!