De familie van de in 2004 doodgeschoten Willem Endstra hoeft van het gerechtshof in Amsterdam niet te getuigen. De voormalige xtc-handelaar Ronald van Essen deed dit verzoek omdat hij wil aantonen dat hij nog miljoenen tegoed heeft van de erven Endstra.

De rechtbank van Amsterdam wees het verzoek van Van Essen al eerder af. Hij ging vervolgens tegen die beslissing in hoger beroep.

Volgens het gerechtshof van Amsterdam zou een voorlopig getuigenverhoor in strijd zijn met de openbare orde. Het geëiste bedrag is namelijk grotendeels crimineel geld en de "rechtspraak is niet bestemd voor het faciliteren van criminele praktijken", aldus het hof.

De miljoenen waar het om draait verdiende Van Essen in de jaren negentig met de handel in xtc. Het geld investeerde hij naar eigen zeggen bij Endstra. De zakenman was bereid zwart geld aan te nemen en in vastgoed te investeren, wat hem de bijnaam 'Bankier van de onderwereld' opleverde.

Van Essen overleefde liquidatiepoging

Van Essen zag echter nooit iets terug van zijn investering. In 1999 overleefde hij ternauwernood een aanslag op zijn leven. Hij is sinds de liquidatiepoging aan zijn rolstoel gekluisterd.

Van Essen is ervan overtuigd dat Endstra en diens broer Haico achter de liquidatiepoging zaten. Volgens Van Essen wilde Endstra de miljoenen niet meer terugbetalen en was dat het motief voor de aanslag.

Van Essen probeerde dit aan te tonen en wilde een schadevergoeding afdwingen. Hij zegt nog recht te hebben op zo'n 11 miljoen euro.

Recht op getuigenverhoor verspeeld

Het hof stelt vast dat Van Essen het geld doelbewust bij Endstra heeft gestald, zodat het uit het zicht van politie, justitie en de Belastingdienst zou blijven. De man heeft daarmee zijn recht om aanspraak te maken op een getuigenverhoor verspeeld.

Daarnaast heeft Van Essen niet aannemelijk kunnen maken dat Haico Endstra betrokken was bij de aanslag op zijn leven.

Van Essen diende het verzoek tot een getuigenverhoor in ter voorbereiding op een civiele zaak tegen de erfgenamen van Endstra.