De hygiëne bij Nederlandse slachthuizen is vorig jaar verslechterd vergeleken met het voorgaande jaar, blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

De score op het punt van hygiënisch slachten (zichtbaar vuil op de karkassen na het slachten) daalde van 94 procent in 2016, tot 88 procent vorig jaar.

''Bedrijven moeten al tijdens het slachtproces zelf beter op het ontstaan van verontreiniging controleren en zelf corrigerende maatregelen nemen om dit zoveel mogelijk te voorkomen'', aldus de NVWA.

Volgens de toezichthouder worden de regels voor het welzijn van dieren voorafgaand aan de slacht over het algemeen goed nageleefd. Ook is er verbetering merkbaar bij de naleving van regels voor het schoonmaken en ontsmetten van de vrachtwagens, waarmee het vee vervoerd wordt naar de slachthuizen.

De NVWA deed onderzoek onder zo'n twintig grote slachthuizen. Daarbij zijn voor het eerst de namen gepubliceerd van bedrijven hoe zij presteren op verschillende gebieden.

Voedselwaakhond foodwatch noemt het "heel zorgwekkend" dat na alle voedselschandalen de hygiëne is verslechterd.

"Mensen kunnen ernstig ziek worden van vlees dat besmet is met ziekmakende bacteriën. Dat de NVWA nu voor het eerst de bedrijfsnamen openbaar maakt zal hopelijk slachterijen wat afschrikken het niet zo nauw te nemen met de voedselveiligheid", aldus de organisatie.

'Publiceren gegevens vraagt extra zorgvuldigheid'

De Centrale Organisatie voor de Vleessector vindt het goed dat er nu ook informatie per bedrijf openbaar is gemaakt. Het publiceren van gegevens op bedrijfsniveaus vraagt alleen wel extra zorgvuldigheid in het trekken van algemene conclusies, zo waarschuwt voorzitter Jos Goebbels.

"Het moet niet zo zijn dat een negatieve uitslag gebaseerd op één controle bij één bedrijf maatgevend wordt voor het beeld van de hele bedrijfstak rond de algehele naleving van wet en regelgeving".