Het Openbaar Ministerie (OM) heeft woensdag veertien jaar cel in het hoger beroep tegen Jos de G. geëist, die ervan wordt verdacht in 1995 de vijftienjarige Nicole van den Hurk te hebben verkracht en gedood. 

Volgens justitie is er bewijs dat de 51-jarige verdachte de tiener om het leven heeft gebracht door "geweld tegen het hoofd" en door te steken. 

De G. zei tijdens een eerdere zitting dat hij niet meer wist waar hij was ten tijde van de dood van Van den Hurk. De man is veroordeeld voor meerdere verkrachtingen, waardoor hij in 2001 ook tbs opgelegd heeft gekregen. 

In de eerste aanleg heeft de rechtbank Oost-Brabant de verdachte alleen veroordeeld tot vijf jaar cel voor verkrachting van Van den Hurk. Hij werd vrijgesproken van doodslag omdat andere scenario's niet uitgesloten konden worden. Zowel de verdediging als het OM ging in hoger beroep. 

De G. heeft tijdens een eerdere zitting kenbaar gemaakt dat het OM zich met "maffiapraktijken" bezigt en niet uit is op het vinden van de waarheid. Op advies van zijn advocaat weigerde hij op een zeker punt de vragen van justitie te beantwoorden. 

Nabestaanden willen tbs voor De G.

De nabestaanden van Van den Hurk hebben woensdag gezegd dat zij de tbs-maatregel willen voor De G., om de maatschappij tegen de man te beschermen. Volgens het OM is tbs eisen niet mogelijk, omdat niet is vast te stellen dat De G. in 1995 aan de psychische stoornis leed die in de latere zaak is vastgesteld.

Een hogere celstraf dan de geëiste is evenmin mogelijk, omdat het OM (en de rechter) rekening moeten houden met straffen die de verdachte opgelegd heeft gekregen na 1995. Aan de hand van deze juridische rekensom komt het OM uit op veertien jaar.

Donderdag pleiten de advocaten van De G. De uitspraak van het hof staat gepland op 9 oktober.

Lichaam Van den Hurk pas na anderhalve maand gevonden

De tiener verdween tijdens een fietstocht vanaf het huis van haar oma naar haar bijbaan in Eindhoven. Pas anderhalve maand later werd haar lichaam gevonden in de bossen tussen Mierlo en Lierop, verborgen onder conifeertakken. Een dag voor de dood van het meisje zei ze tegen een tante dat een man had geprobeerd bij haar achter op de fiets te springen.

Omdat de handelswijze vergelijkbaar was met die van De G. bij een eerdere verkrachting in 2000, werd in 2012 een aanvraag gedaan om zijn DNA te vergelijken met het aangetroffen DNA in de zaak-Van den Hurk. 

Dit leidde in 2014 tot de aanhouding van De G. De sporen op het lichaam van de tiener wezen naar hem en er werd ook een schaamhaar van de verdachte op haar jas gevonden. 

De man heeft vanaf het begin ontkend. Hij kan zich het meisje niet herinneren zegt hij, en als hij al seks met haar heeft gehad, was het vrijwillige gemeenschap.

Nog een derde DNA-spoor werd aangetroffen op lichaam Van den Hurk

De rechtbank oordeelde in 2016 al dat de feiten en omstandigheden "ook voor wat betreft de doodslag in sterke mate in de richting van de verdachte wijzen". Geschetst werd dat hij mogelijk na de verkrachting wilde voorkomen dat ze naar de politie zou gaan. 

Op het lichaam van de tiener werden naast DNA van haar vriendje destijds en de verdachte, ook nog sporen aangetroffen van een altijd onbekend gebleven derde persoon. Hierdoor kan een ander scenario niet worden uitgesloten, was de mening van de rechtbank.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!