Het kabinet is geen enkele belofte nagekomen die gedaan werd om de afschaffing van de basisbeurs te compenseren. Kwetsbare groepen jongeren zijn onevenredig getroffen door de maatregel en de beloofde investeringen in het hoger onderwijs zijn uitgebleven.

Dat concludeert de Landelijke Studentenvakbond in dagblad TrouwOok het Interstedelijk Studenten Overleg sluit zich bij de constateringen aan.

De invoering van een leenstelsel voor studenten in 2015 in plaats van een basisbeurs was een van de belangrijkste wapenfeiten van toenmalig onderwijsminister Jet Bussemaker (PvdA). Het geld dat hiermee zou worden bespaard, zou moeten worden geïnvesteerd in het hoger onderwijs.

Tegenstanders van het leenstelsel spraken in 2014 al de vrees uit dat studenten met hoge schulden komen te zitten boven op de al hoge lasten voor starters op de woningmarkt en de arbeidsmarkt.

Kansenongelijkheid in hoger onderwijs is toegenomen

Daarnaast stelde de oppositie dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs wordt beperkt, omdat met name de lagere sociale niveaus weerstand hebben tegen het lenen van de studiefinanciering.

Al deze voorspellingen blijken vier jaar later bewaarheid. De Inspectie van het Onderwijs constateerde eerder dit jaar al dat de kansenongelijkheid in het onderwijs alleen maar is toegenomen. En volgens Trouw blijkt nu dat de leenangst bij kinderen met ouders met een lager inkomen, ondanks verschillende financiële voordelen, niet is afgenomen. En het is voor oud-studenten vrijwel onmogelijk nog een hypotheek aan te vragen als zij een studieschuld hebben opgebouwd.

De beloofde miljardeninvestering is niet gedaan

De 1 miljard euro die bespaard werd met de afschaffing van de basisbeurs is nog steeds niet geïnvesteerd in het hoger onderwijs. In 2026 komt er naar verwachting eenmalig een bedrag van 820 miljoen euro vrij. Een deel van dit geld, 200 miljoen euro, wordt vrijgemaakt door een geplande bezuiniging op de ov-studentenkaart.

Toen het leenstelsel in 2015 werd ingevoerd, beloofde het kabinet dat de ov-studentenkaart in stand zou blijven en zelfs zou worden uitgebreid. Ook hebben de hogescholen en universiteiten zelf niet de investeringen in onderwijs gedaan die ze in 2015 wel hadden beloofd, constateert Trouw.

De Landelijke Studentenvakbond noemt de conclusies "om te janken. Als je een belofte doet, moet je die nakomen".

'Kabinet moet slecht systeem direct aanpassen'

Ook Tom van den Brink, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO), sluit zich bij de constateringen aan. "Het is heel wrang dat alle problemen waar critici al voor waarschuwden zijn bewaarheid", vindt hij. "Het is een alles behalve sociaal stelsel: het gaat netto gewoon om een grove lening die studenten wordt opgedrongen."

Het ISO pleit ervoor dat het kabinet en de Tweede Kamer snel maatregelen nemen om alle negatieve gevolgen van het leenstelsel te verzachten.

"Maak aanvullende beurzen gemakkelijker toegankelijk voor minder draagkrachtige studenten", stelt hij voor. "Zorg dat banken normaal omgaan met de studieschuld als oud-studenten een hypotheek lenen en niet blijven uitgaan van de oorspronkelijke schuld. En geef betere voorlichting over het lenen van geld aan toekomstige studenten."

Afspraken over besteding van geld

Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt kwaliteitsafspraken te hebben gemaakt over hoe de opbrengsten van het studievoorschot worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het hoger onderwijs. Die zijn dit voorjaar gemaakt met de hogescholen, universiteiten, LSVb en ISO.

"Daarin staat onder meer dat de opbrengsten in de komende jaren zullen oplopen, zoals ook in het oorspronkelijke plan staat. Te beginnen in het komende studiejaar met 190 miljoen euro."

Van Engelshoven zegt daarnaast "altijd helder" te zijn geweest over wanneer het extra geld vrijkomt."Daarom verrassen de zorgen van de nieuw aangetreden besturen van LSVb en ISO mij. Ik nodig ze graag uit voor een gesprek omdat ik ervan overtuigd ben veel van hun zorgen weg te kunnen nemen."

Volgens ISO zijn tarieven universiteiten 'ondoorzichtig'

Het ISO reageert woensdag ook op een rondgang langs de universiteiten door de NOS dat de tarieven die universiteiten rekenen heel 'ondoorzichtig' zijn.

Sinds een aantal jaar krijgt een onderwijsinstelling slechts voor één studie per persoon geld van de overheid. Om de tweede studie te kunnen bekostigen, mogen instellingen zelf het zogeheten instellingstarief bepalen. Onderzoek van de NOS wijst uit dat de kosten hiervoor sterk uiteenlopen.

Volgens ISO is het onduidelijk hoe het bedrag tot stand komt en is er een prijsverschil tussen dezelfde studies aan verschillende universiteiten. De NOS sprak met de vereniging van universiteiten (VSNU). Die zegt dat universiteiten niet volledig transparant mogen zijn vanwege het verbod op kartelvorming. Ook zou het lastig zijn om precies te berekenen welke kosten allemaal in dat instellingstarief meegenomen zijn

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!