Bijna twee derde van de Nederlandse verdachten van terrorisme is eerder verdachte geweest van een ander misdrijf, zoals winkeldiefstal. Dat komt naar voren uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). 

"Hun profiel verschilt nauwelijks van dat van de gewone crimineel", zegt criminoloog Elanie Rodermond, een van de onderzoekers, in NRC

Het onderzoek, dat vrijdag wordt gepubliceerd, toont aan dat een groot deel van de Nederlandse terrorismeverdachten meerdere keren is opgepakt door de politie voor veel voorkomende vergrijpen. Misdrijven zoals winkeldiefstal, bedreiging en verstoring van de openbare orde. Het gaat om 61,8 procent van de 279 verdachten waar het NSCR naar keek. 

De onderzoekers hadden een databestand van het Openbaar Ministerie (OM) met daarin bijna alle Nederlandse terrorismeverdachten van de afgelopen veertien jaar. Het is voor het eerst in Nederland dat er op deze schaal is gekeken naar de achtergrond van terrorismeverdachten. 

Verdachten lager opgeleid dan gedacht

Wat opvalt is dat 62,4 procent van de verdachten van terrorisme alleen een vorm van lager onderwijs heeft afgerond. Dat is tegenstrijdig met het beeld dat de terrorist relatief hoogopgeleid is. Dat beeld zou vooral ontstaan zijn omdat veel vliegtuigkapers van de aanslagen op het WTC in New York en het Pentagon in Washington hoogopgeleid waren. Van de Nederlandse terrorismeverdachten haalde slechts 4 procent een diploma in het hoger onderwijs. 

Van de mensen die verdacht worden van een terroristisch misdrijf heeft 56 procent geen werk. In veel gevallen ontvangen ze een uitkering. Daardoor lijkt het profiel van de terrorismeverdachte sterk op dat van een gewone crimineel, stellen de onderzoekers. Gemiddeld even laag opgeleid en meestal geen beroepsdiploma. 

Ex-criminelen die spijt hebben vatbaarder voor radicalisering 

De onderzoekers vermoeden dat berouwvolle ex-criminelen vatbaarder zijn voor jihadisme, al hebben ze geen duidelijke verklaring voor het verband tussen criminaliteit en terrorisme. "Het gaat om een kwetsbare groep jongeren met een lage economische status", aldus Rodermond. De onderzoekers stellen dat groeperingen als Islamitische Staat (IS) zich actief richten op ex-criminelen die spijt hebben van hun daden. 

"Ze zijn op zoek naar een groep om bij te horen. De jihad kan voor hen een uitweg zijn. Door je daarbij aan te sluiten, maak je je criminele verleden weer goed, is het idee", denkt de criminologe. Het NSCR concludeert dat met name de groep terrorismeverdachten die sinds de opkomst van IS is ontstaan, jonger en crimineler is. 

De onderzoekers menen dat jongeren die uit de criminaliteit willen stappen, beter begeleid moeten worden. Die groep is vatbaarder voor radicalisering. Ook hebben relatief veel terrorismeverdachten hun baan verloren in het jaar voordat zij van terrorisme werden verdacht. Opsporingsinstanties zouden volgens het NSCR extra alert moeten zijn op zulke momenten. 

Antiterrorismecoördinator NCTV zegt het verband tussen criminaliteit en terrorisme te herkennen uit Nederlandse contraterrorisme-onderzoeken. Dit brengt extra dreiging met zich mee, stelt NCTV in het NRC. Bij eerdere aanslagen werd duidelijk dat terroristen hun oude criminele netwerk aanspreken om aan bijvoorbeeld wapens of valse identiteitskaarten te komen. 

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!