In veel gemeenten met een universiteit of hogeschool wonen meer jonge vrouwen (20 tot 25 jaar) dan jonge mannen. Zo gaat het in Utrecht om 73 mannen op elke 100 vrouwen en in Leiden om 74 op de 100. Ook in Amstelveen en Weesp, waar veel Amsterdamse studenten wonen, zijn relatief veel jonge vrouwen.

In Delft is het net andersom. Daar telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 170 mannen op elke 100 jonge vrouwen.

De situatie in Delft heeft volgens het CBS waarschijnlijk te maken met de technische universiteit in die stad. Vrouwen kiezen minder voor techniekopleidingen dan mannen. Ook in andere gemeenten met een technische universiteit zijn jonge vrouwen in de minderheid: in Eindhoven zijn 126 mannen op 100 vrouwen, in Enschede 124 en in Hengelo 113.

Het vrouwenoverschot in veel studentensteden hangt samen met de leeftijd waarop vrouwen het ouderlijk huis verlaten. Begin dit jaar woonde 55 procent van de Nederlandse jonge vrouwen nog thuis tegen 69 procent van de jonge mannen.

Meer vrouwelijke dan mannelijke universiteitsstudenten

Aan de Nederlandse universiteiten staan sowieso meer vrouwen dan mannen ingeschreven. "In het studiejaar 2017/2018 studeerden 94 mannen per 100 vrouwen (alle leeftijden) voltijds aan een universiteit, tien jaar eerder was die verhouding 98 mannen op de 100 vrouwen", aldus het CBS.

Landelijk liggen de verhoudingen iets anders. Begin dit jaar woonden in Nederland bijna 1,1 miljoen mensen van 20 tot 25 jaar. Vrouwen zijn licht in de minderheid in deze leeftijdsgroep. Op elke 100 jonge vrouwen zijn er 103 mannen.

Elk jaar worden ongeveer 5 procent meer jongetjes dan meisjes geboren en dat is terug te zien bij de twintigers. Vrouwen worden over het algemeen wel ouder dan mannen. Ze vormen op de totale bevolking een kleine meerderheid: op elke 100 vrouwen zijn 99 mannen.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!