Volgens Peter Plasman, de advocaat van Faris K. die tot het beveiligingsteam van Geert Wilders behoorde, was het binnen de Dienst Bewaken en Beveiligen (DBB) onduidelijk welke informatie met wie gedeeld mocht worden.

Plasman zei dat maandag in de rechtbank in Den Haag tijdens de eerste niet-inhoudelijke behandeling van de zaak.

Volgens Plasman werd het aan de beveiliger zelf overgelaten om te beoordelen welke informatie wel en niet mocht worden gedeeld. Daarnaast zou een van de chefs van de DBB hebben gezegd dat de informatie over de woning van Wilders toch al bekend was.

Politiemedewerker K. deelde in de periode van juli 2016 tot december 2016 telefonisch informatie over de woonplaats, de beveiliging en vervoerswijze van Wilders.

Ook vertelde hij een vrouw over het bezoek van een dochter van Barack Obama aan Nederland. Op dat moment was haar vader nog president van de VS. Ook sprak K. telefonisch met de vrouw over een nieuw dienstwapen.

K. keek in politiesystemen voor privédoeleinden

K. wordt ook verdacht van schending van het ambtsgeheim, omdat hij in politiesystemen keek voor privédoeleinden. Hij deed dat niet om informatie te delen met criminelen, liet de officier van justitie nogmaals weten. Aanvankelijk werd daar wel voor gevreesd.

De 36-jarige K. werkte voor de DBB en was onder meer betrokken bij de beveiliging van PVV-voorman Wilders. K. was binnen dienst belast met het maken van zogenoemde omgevingsscans voor de beveiliging van Wilders en andere niet nader genoemde personen.

'K. deed enkel stoer tegen vriendinnen'

K. was niet aanwezig bij de zitting. Volgens zijn advocaat Plasman was K. iets te loslippig geweest en had hij "enkel stoer gedaan tegen vriendinnen".

De komende tijd moeten nog diverse getuigen gehoord worden. Daarna kan de zaak inhoudelijk behandeld worden. Het is nog onduidelijk wanneer dat gaat gebeuren.

De politiemedewerker werd in februari vorig jaar opgepakt, tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Wilders legde daarop tijdelijk zijn campagne stil.

In 2008 was K. al veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van honderd uur wegens het opzettelijk schenden van zijn ambtsgeheim. K. werkte toen voor de politie in Utrecht.