De rechtbank in Den Haag heeft woensdag bepaald dat er geen aanwijzingen zijn dat mariniers de gijzelnemers bij de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977 zonder noodzaak hebben doodgeschoten.

Ook is volgens de rechter niet gebleken dat er vanuit de overheid een heimelijk bevel is gegeven om de kapers te doden en was de geweldsinstructie die vooraf aan de mariniers gegeven werd rechtmatig.

Die instructie hield in dat gijzelnemers niet gedood mochten worden als zij geen gevaar meer vormden.

De advocaat van de nabestaanden, Liesbeth Zegveld, zei direct na de uitspraak in hoger beroep te gaan. "Het militaire handelen is in deze zaak niet getoetst en dat is onvoorstelbaar", was de advocaat fel.

"Er zijn zoveel aanwijzingen dat er disproportioneel geweld is gebruikt en dat wordt gewoon terzijde geschoven", vervolgt de advocaat. "Dan geef je gewoon een vrijbrief om mensen te doden."

De rechtszaak werd in 2014 door nabestaanden van kaper Max Papilaja en de enige vrouwelijke kaper Hansina Uktolseja aangespannen. Uit autopsierapporten bleek dat de man en vrouw waren doodgeschoten toen zij zwaargewond en weerloos op de grond lagen.

Noodzakelijk

De rechter maakte woensdag in zijn uitspraak duidelijk dat niet vast is komen te staan dat marinier '5B', zo aangeduid om anonimiteit te waarborgen, het schot waaraan Papilaja overleden is, gelost heeft. "Het kan ook zijn dat een kogel, afgeschoten van buiten de trein, tot zijn overlijden heeft geleid."

Wel is vast komen te staan dat marinier '5B' op Papilaja geschoten heeft, maar volgens de rechtbank is er geen sprake geweest van het bewust doodschieten van de man.

"De marinier achtte het geweld noodzakelijk", aldus de rechter. "Achteraf kon pas worden vastgesteld dat Papilaja geen gevaar meer vormde."

Advocaat nabestaanden: 'Ze hebben Hansina totaal lekgeschoten'
54
Advocaat nabestaanden: 'Ze hebben Hansina totaal lekgeschoten'

Uktolseja

Ook in het geval van Uktolseja was er sprake van zogenoemd 'honest believe'. De rechter oordeelt dat de twee mariniers die op de vrouw geschoten hebben, '2B' en '2C', dachten dat dit noodzakelijk was.

Ook in dit geval kon volgens de rechter pas achteraf worden geconcludeerd dat het geweld niet noodzakelijk was.

Zegveld is verbijsterd over dit onderdeel van de uitspraak. "Hansina is van 2 meter afstand door haar hoofd geschoten!", verduidelijkt de advocaat. "En we vinden dat oké, omdat er sprake was van honest believe? Kom op, jongens. Dan hoeven we niks meer te toetsen."

De Punt

De kapers waren onderdeel van een groep van negen bewapende Molukkers die op 23 mei 1977 de trein van Assen naar Groningen binnenvielen bij het Drentse dorp De Punt.

De hoofdconducteur, de machinist en veertig reizigers mochten de trein verlaten, maar de kapers hielden 54 passagiers in gijzeling. In de vroege ochtend van 11 juni vlogen straaljagers over de trein om de kapers af te leiden en zetten mariniers de bevrijding in.

De actie slaagde, maar bij de bestorming vielen acht doden: zes gijzelnemers en twee passagiers. Zes gegijzelden, twee mariniers en één gijzelnemer raakten gewond.

Zo verliep de treinkaping De Punt en gijzeling Bovensmilde
144
Zo verliep de treinkaping De Punt en gijzeling Bovensmilde

'Volstrekt onzinnig'

Zegveld wilde graag nieuwe getuigen als oud-premier Dries van Agt en oud-commandanten horen om aan te tonen dat er vanuit de overheid een heimelijk bevel was om de kapers sowieso te doden. Dat verzoek werd echter afgewezen, omdat er onvoldoende aanwijzingen voor een dergelijke instructie zijn.

In september en oktober zijn in totaal elf mariniers gehoord en zij zeggen allemaal dat het "volstrekt onzinnig" is dat er een geheime opdracht vanuit de regering was om alle gijzelnemers te doden. Volgens hen was er een duidelijke geweldinstructie die inhield dat de mariniers bij "een waarneembare overgave" niet meer mochten schieten.

Ongeloofwaardig

Volgens Zegveld waren de verklaringen van de mariniers ongeloofwaardig, maar dat werd door de rechtbank terzijde geschoven. "Uit niets is gebleken dat zij niet naar waarheid hebben verklaard."

De mariniers kunnen zelf niet strafrechtelijk worden vervolgd voor daden tijdens het beëindigen van de kaping, alleen als zou blijken dat ze hadden gelogen. Dat is niet het geval.

De mariniers die als getuigen zijn gehoord, zijn "verheugd" met de uitspraak in de zaak. "Zij voelen zich in het gelijk gesteld door de rechtbank", aldus hun advocaat Geert-Jan Knoops. 

De staat heeft altijd volgehouden dat er volgens instructie gehandeld is en wees er ook op dat drie van de kapers de bevrijding wel overleefd hebben.