Het Openbaar Ministerie (OM) heeft werkstraffen tot tweehonderd uur geëist voor zes mannen die op 21 februari in de rechtbank in Den Bosch op de vuist zijn gegaan. Om deze straf vroeg de officier van justitie maandag tijdens een zitting in de zaak bij de rechtbank van Breda.

In eerste instantie vloog destijds één persoon een verdachte van een moordzaak aan. Die zou in november in Best een familielid van vier van de verdachten hebben doodgeschoten.

Nadat de verdachte in veiligheid was gebracht, gingen tientallen mensen in de rechtszaal en op de gang op de vuist met elkaar en met agenten. Ook werd er gescholden en gedreigd.

Een agent vertelde dat iemand zijn dienstpistool probeerde te bemachtigen. De rechtbank werd daarop korte tijd volledig gesloten.

'Vooropgezet plan'

De broer van de destijds doodgeschoten Yassine M. heeft de verdachte van de moord aangevallen. ''Niemand had verwacht dat de verdachte erbij zou zijn. Toen kwam hij ineens binnen en keek ook nog eens arrogant", verklaarde hij. "Kijk waar we nu zitten, de hele familie M., door mijn schuld. Het is fout, had niet mogen gebeuren. Mijn broertje krijg ik er ook niet mee terug."

Andere verdachten marginaliseerden hun rol in de ongeregeldheden of ontkenden geweld te hebben gebruikt. Rechters, officieren van justitie en de griffier vertelden in het onderzoek dat het geweld een vooropgezet plan leek. Zo snel ging alles. De verdachten ontkenden dat.

''Als elke nabestaande zich zo laat gaan, blijft er niets over van de rechtsstaat. Dit is uitzinnig, zo'n geweldsexplosie", stelt officier van justitie Hannah Huizenga. 

Op 16 juli wordt uitspraak gedaan.