Een Amsterdamse hoogleraar die beelden heeft bestudeerd in de zaak tegen een Leidse huisarts mag van de rechtbank voorlopig aanblijven. Volgens de verdediging van Maarten B., die verdacht wordt van het plegen van ontucht met zijn eigen dochtertje en drie andere jonge meisjes en het stiekem filmen van patiënten, zou de man niet objectief zijn.

De verdachte maakte als invalhuisarts in drie praktijken buiten Leiden stiekeme opnames van onderzoek aan ontklede patiëntes. De deskundige is aangesteld om te beoordelen of er sprake was van medisch noodzakelijke handelingen.

"Deze handelingen moeten gerelateerd zijn aan de klachten waarmee de patiëntes bij de arts kwamen", verduidelijkt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM). "Zo niet, dan kan er sprake zijn van ontucht."

B. heeft zelf college bij de hoogleraar gevolgd en zijn advocaat maakte er bezwaar tegen dat die het dossier had ingezien voordat hij de beelden bekeek. Daardoor zou de hoogleraar kunnen zijn beïnvloed en geen objectief oordeel hebben kunnen vormen.

De officier van justitie vond het juist een voordeel dat B. zelf college van de hoogleraar heeft gehad, omdat die daardoor precies weet hoe de huisarts is opgeleid. De hoogleraar heeft overigens aangegeven dat hij B. niet kent.

Voorbarig

De rechtbank vond het verzoek voorbarig, omdat nog niet precies duidelijk is waarvan B. voor wat betreft de opnames wordt beschuldigd. De rechtbank wil pas oordelen als die dagvaarding er is en de hoogleraar is ondervraagd door de rechter-commissaris.

B. werd vorig jaar oktober opgepakt. De meisjes die hij zou hebben misbruikt zijn allen geboren in 2010. Het misbruik zou vanaf hun tweede jaar hebben plaatsgevonden. B. ontkent dat niet, maar zegt dat hij zich het niet kan herinneren.

Pieter Baan Centrum

De man ondergaat een verplichte observatie in het Pieter Baan Centrum (PBC). "Een behandeling die nog steeds gaande is", aldus het OM. In eerste instantie weigerde B. mee te werken aan onderzoek naar zijn gesteldheid omdat hij niet wil dat de resultaten in het openbaar worden besproken. 

De volgende zogeheten pro-formazitting in de zaak is in september. De inhoudelijke behandeling volgt in januari.