Achttien Brabanders stellen de Nederlandse Staat aansprakelijk voor de structurele geurhinder die zij ervaren. Zij vinden dat de overheid doorlopend de economische belangen van de boeren boven het woongenot van de bewoners stelt.

De inwoners van het Brabantse dorp Erp (gemeente Meijerestad) hebben minister Carola Schouten (Landbouw) in een brief aansprakelijk gesteld, omdat zij dagelijks last hebben van de stank van de veehouders in de buurt, meldt BN De Stem woensdag.

Zij stellen dat woongenot een grondrecht is dat de overheid schendt. Doordat de overheid heeft toegestaan dat boeren meer dieren zijn gaan houden, is de stankoverlast onaanvaardbaar toegenomen, stellen de bewoners.

Waar zij vroeger te maken hadden met geuroverlast van honderden dieren, gaat het nu om de geurhinder van vele tienduizenden dieren.

Nondeju

De inwoners van Erp stellen dat zij door de stank geen ramen kunnen openzetten om het huis te luchten. "Nondeju, dit is onleefbaar", aldus een van de klagers.

Zij noemen het "discriminatie" dat zij "meer stank moeten accepteren dan andere Nederlanders". "Het is geen fijne lucht die je inademt, vol potentieel ziekmakende stoffen als fijnstof en ammoniak."

Financiële vergoeding

De norm voor geurbelasting in het gebied waar de stallen staan, ligt volgens de advocaat van de bewoners tussen de 8 en 14 odeur. De normale norm voor industriële activiteiten is 5 odeur. "Dan heb je het dus over normen die tot bijna drie keer ruimer zijn, met alle gevolgen van dien voor omwonenden", aldus de raadsman.

De bewoners willen dat Schouten de Wet geurhinder en veehouderij aanpast. Ook eisen zij een financiële vergoeding voor de structurele schade die zij lijden.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!