Er moeten niet meer nieuwe wegen en nieuw spoor worden aangelegd om files en overvolle treinen te voorkomen, maar bestaande infrastructuur moet worden benut door gebruik te maken van nieuwe technologieën. Dat staat in een rapport van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli).

Het rapport is woensdag aangeboden aan Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat, en Stientje van Veldhoven, Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

In het rapport Van B naar anders wordt de vraag gesteld hoe het beschikbare geld voor mobiliteit effectiever kan worden ingezet. Als antwoord daarop doet de Rli een aantal aanbevelingen. Zo moet er meer ruimte voor duurzaamheid en vernieuwing worden gemaakt. Daarnaast moeten er "structureel middelen worden gereserveerd" voor duurzaam onderhoud en beheer van bestaande infrastructuur.

De Rli vindt ook dat verschillende overheden moeten samenwerken om te investeren in regionale oplossingen. Door een snelweg te verbreden worden verkeersproblemen bijvoorbeeld niet altijd opgelost. Dat kan beter op regionaal niveau worden aangepakt, aldus de raad.

Economische groei

Volgens de Rli investeert de Nederlandse overheid al decennialang in meer capaciteit. "De Nederlandse economie maakt een fase van krachtige economische groei door. Dan klinkt er al snel een roep om meer en bredere wegen en meer, langere en snellere treinen", staat in het rapport.

"Nederland beschikt daardoor over een mobiliteitsnetwerk dat in kwaliteit en omvang zijn gelijke nauwelijks kent. Door verstedelijking, bedreigingen van de leefomgevingskwaliteit en de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, veranderen echter de eisen aan mobiliteit."

Technische mogelijkheden

Door het delen van bijvoorbeeld een auto, maar ook nieuwe technische mogelijkheden zoals de "automatisering van vervoersmiddelen", liggen er kansen voor de "vernieuwing van de mobiliteit".

Doordat de overheid nu nog handelt volgens bestaande regels en afspraken krijgen "nieuwe partijen met toekomstgerichte oplossingen" volgens de Rli amper de kans hun ontwerp in de praktijk uit te werken.