Nederlanders denken steeds positiever over homoseksualiteit en genderdiversiteit, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Daarentegen is het slechter gesteld met de rechten van de lhbt-gemeenschap (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) in Nederland.

Donderdag is de Internationale Dag tegen Homofobie, Bifobie en Transfobie. Op deze dag wordt aandacht gevraagd voor de haat die homoseksuelen nog dagelijks ervaren.

In het kader van deze dag heeft het SCP onderzoek gedaan naar de opvattingen van Nederlanders over homoseksualiteit en genderdiversiteit. Hieruit blijkt dat in 2017 74 procent van de Nederlanders "positief" tegenover homoseksualiteit staat, in 2006 was dit slechts 53 procent.

Ook het aantal Nederlanders dat positief over transgenders denkt, is gestegen; van 45 procent in 2012 naar 57 procent in 2017.

In alle bevolkingsgroepen is de houding positiever en toleranter geworden. Scholieren denken steeds positiever over homoseksualiteit en ook bij ouderen en religieuze personen is de houding in positief opzicht veranderd.

Zoenen

Toch hebben Nederlanders relatief nog steeds moeite met twee zoenende mannen of vrouwen in de openbare ruimte. Twee zoenende mannen vindt 29 procent aanstootgevend, bij twee vrouwen is dat 20 procent en bij een man en een vrouw 11 procent. Daarnaast vindt 20 procent dat er iets mis is met mensen die zich geen man of vrouw voelen. Al deze percentages nemen wel af.

In vergelijking met andere landen zijn Nederlanders positief over homoseksualiteit. In Nederland zou slechts 2 procent zich schamen voor een homoseksueel familielid.

Met deze cijfers heeft Nederland volgens het SCP een tweede plek behaald op de lijst waarop wordt bijgehouden "hoe positief bewoners gemiddeld genomen over homoseksualiteit denken". In de ranglijst moet Nederland alleen IJsland boven zich dulden.

Rechten

Hoewel dit goed nieuws is, staat Nederland er wel slechter op met betrekking tot de rechten van de lhbt-gemeenschap. Nederland is uit de top tien van Europese landen waar de rechten goed geregeld zijn gevallen.

Ons land staat op de elfde plaats van de maandag verschenen Rainbow Index. Die wordt verspreid door de Europese organisatie ILGA, die opkomt voor rechten van homo's, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en interseksuelen.

"Het is pijnlijk dat ons land, dat ooit als eerste het huwelijk openstelde voor paren van gelijk geslacht, niet meer behoort tot de internationale voorhoede als het gaat om lhbt-rechten", zegt Tanja Ineke, voorzitter van lhbt-belangenorganisatie COC. "We roepen regering en Kamer op om snel een inhaalslag te maken."

Wake-upcall

ILGA Europe spreekt van een wake-upcall. "Een land als Nederland, dat altijd werd gezien als progressief, zit niet meer bij de koplopers", zegt directeur Evelyne Paradis.

Dat Nederland niet meer voorop loopt, heeft volgens haar vooral te maken met het feit dat de rechten van trans- en intersekse personen in ons land nog niet goed geregeld zijn. Zo kent Nederland geen expliciet verbod op discriminatie van deze groepen.

Koploper in de Rainbow Europe Index 2018 is Malta, gevolgd door België en Noorwegen. Azerbeidzjan, Armenië en Turkije staan onderaan de lijst.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!