De klachtencommissie die het seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk onderzocht, is in de zaak rond Jo Gijsen onzorgvuldig te werk gegaan. Er zijn enkele fundamentele rechtsbeginselen geschonden van degenen die werden beschuldigd van het misbruik.

Dat concludeert de rechtbank in Arnhem woensdag in een rechtszaak die was aangespannen door stichting Sint Jan, die opkomt voor een aantal aangeklaagden.

Het voorbeeld van Gijsen werd aangehaald door de stichting, maar de zaak ging niet alleen om hem. De rechtbank concludeert dat er enkele fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden van degene die werd aangeklaagd.

Volgens de persrechter is niet uit te sluiten dat dit bij meerdere kwesties het geval is geweest, maar het is hiermee ook niet aangetoond.

Stichting Sint Jan vond dat de procedure van de commissie onzorgvuldig was en in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Zo zou er sprake zijn geweest van gebrekkig feitenonderzoek, vooringenomenheid ten gunste van het slachtoffer, gebrekkige hoor en wederhoor en onzorgvuldige publicaties.

De rechtbank stelde dat de procedure van de klachtencommissie op zich wel klopt, maar dat het soms schort aan de uitvoering. Zo was de bewijsvoering te karig, omdat een verklaring van één klager niet voldoende is. De rechtbank vindt het niet genoeg dat de commissie stelt een klacht "aannemelijk'' te vinden.

De klachtencommissie heeft meer dan tweeduizend klachten tegen medewerkers van de kerk behandeld en verklaarde er bijna duizend gegrond. Het werk werd onlangs afgerond.