Universiteiten en hogescholen krijgen door het afschaffen van de basisbeurs de komende jaren tot ruim een half miljard euro extra te besteden. De instellingen voor hoger onderwijs gaan met studenten en docenten afspreken hoe ze het geld gaan uitgeven.

De studiebeurs voor alle studenten sneuvelde in 2015 en werd vervangen door het leenstelsel of 'studievoorschot'. Voorwaarde was wel dat het geld dat de overheid daardoor uitspaart, ten goede komt aan het onderwijs.

Daarover hebben minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, de onderwijsinstellingen en de studenten nu afspraken gemaakt.

Volgend jaar krijgen de hogescholen en universiteiten in totaal 184 miljoen euro extra. In 2024 loopt dat bedrag op naar 550 miljoen en nadien groeit het nog door. Ze mogen zelf bepalen wat ze met het geld doen, mits hun onderwijs erdoor verbetert.

Sommige instellingen stellen meer begeleiders of docenten aan, andere spijkeren de digitale vaardigheden van hun docenten bij of maken hun gebouwen geschikter om er te studeren.

Korten

In 2022 moeten de universiteiten en hogescholen laten zien wat er met het extra geld is gedaan. Hebben ze hun plannen niet waargemaakt en tonen ze geen beterschap, dan kunnen ze worden gekort. Dat geld gaat dan naar beurzen voor uitblinkende docenten op de betreffende hogeschool of universiteit, zodat het alsnog ten goede komt aan verbetering van het onderwijs.

Nu studenten en docenten een stem krijgen in de besteding van de miljoenen, kunnen ze wel wat ondersteuning gebruiken. Er is afgesproken dat ze bijvoorbeeld hulp krijgen bij het lezen van begrotingen. Ook is een aantal uren vastgesteld dat ze minimaal aan het medezeggenschapswerk mogen besteden.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!