Verzwakte dieren in het natuurgebied de Oostvaardersplassen worden niet tijdig uit hun lijden verlost. Tot die conclusie komt de Dierenbescherming na een bezoek met deskundigen aan het gebied na de vorstperiode van eind februari.

Dat meldt de Dierenbescherming maandag. Het tijdig afschieten van verzwakte dieren staat wel in het beheerprotocol van Staatsbosbeheer.

Volgens Staatsbosbeheer sterven verreweg de meeste paarden, runderen en edelherten in de Oostvaardersplassen geen natuurlijke dood, maar worden ze voortijdig door boswachters geschoten. De boswachters gaan enkele keren per week het gebied in om de conditie van dieren te bekijken en hun overlevingskansen in te schatten.

De Dierenbescherming vindt dat er te laat wordt ingegrepen. Tijdens het bezoek ''zijn dieren aangetroffen met een lichaamsconditie die eerder ingrijpen had gerechtvaardigd." 

Het is de Dierenbescherming ook opgevallen dat een belangrijk deel van het afschot aan het einde van de winterperiode plaatsheeft, terwijl Staatsbosbeheer had aangekondigd met 'vroeg reactief beheer' eerder en dus aan het begin van de winter in te grijpen.

Bezoek

De Dierenbescherming roept de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer op om het protocol nauw te volgen. De uitkomst van het bezoek is echter geen "uitvoering wetenschappelijk onderzoek", benadrukt de organisatie.

Staatsbosbeheer laat in een reactie aan NU.nl weten aan de Dierenbescherming te hebben aangeboden om het hele jaar rond mee te kijken. "Over het eventueel eerder afschieten kunnen we het dan hebben", aldus een woordvoerder.