In de rechtszaak tegen de 59-jarige Albert B., verdacht van de moord op twee vrouwen in Rotterdam ruim 25 jaar geleden, moet onderzoek komen naar twee andere nog onopgeloste moorden. Daar heeft de rechtbank mee ingestemd.

Het verzoek is afkomstig van de advocaten van B. Volgens hen zijn er mogelijk sporen van een derde, nog onbekend persoon.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat bekijken of er zo lang na dato nog onderzoek mogelijk is.

B. werd vorig jaar april opgepakt voor de moord op de dakloze Berendina Stijger (45) in 1990 en de prostituee Francis Garcia-Hofland (22) in 1991. Een DNA-verwantschapsonderzoek zette de politie op het spoor van de Schiedammer.

Bewijs

Hij werd opgepakt omdat zijn DNA overeenkwam met dat in het sperma dat bij de vrouwen was gevonden. Maar "met spermasporen bewijs je geen moord", aldus de advocaat van B.

B. ontkende stellig dat hij iets met de dood van de twee vrouwen te maken had. ''Misschien ben ik erin geluisd. Ik kan het niet zijn geweest", zei hij. Hoewel hij vaak verward overkomt en onduidelijke betogen houdt, is en blijft hij stellig in zijn ontkenning.

Het is nog niet duidelijk wanneer de rechtszaak verdergaat. De rechtbank heeft de zaak donderdag voor onbepaalde tijd aangehouden.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je ’s nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!