De oud-bestuurders en toezichthouders van ROC Leiden zijn niet aansprakelijk voor de financiële problemen bij de onderwijsinstelling. Het ROC ging in 2012 langs de rand van de afgrond als gevolg van dure bouwplannen van voormalige bestuurders en riskante financiële constructies.

De rechtbank heeft woensdag geoordeeld dat aan de bestuurders en toezichthouders ''geen ernstig verwijt'' kan worden gemaakt. Het bouwproject ''paste in de geest van die tijd''.

De zaak werd aangespannen door ROC Leiden, nadat al eerder onderzoek was gedaan door Commissie Meurs in opdracht van de minister. Hieruit werd geconcludeerd dat er aanleiding was om te kijken of de bestuurders aansprakelijk waren voor "onbehoorlijk bestuur".

Volgens de commissie was er echter geen aanleiding voor onderzoek naar de aansprakelijkheid van de toezichthouders. De rechter stelt in alle gevallen echter dat de verwijten onvoldoende hard zijn gemaakt.

De onderwijsinstelling moest destijds gered worden met een noodlening van 40 miljoen euro van het ministerie van Onderwijs. Die lening is inmiddels omgezet in een subsidie. Daardoor is ROC Leiden nu weer financieel gezond.