Taakstraffen in Valkenburgse zedenzaak blijven staan

De taakstraffen in combinatie met zeer korte celstraffen, die zijn opgelegd aan verdachten die in Valkenburg een minderjarige prostituee bezochten, zijn juridisch correct. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag bepaald.

In deze zaak werden eind 2016 in totaal 23 klanten van een minderjarige prostituee tot deze straffen veroordeeld door het gerechtshof in Den Bosch.

Het Openbaar Ministerie (OM) vond het niet terecht dat deze jeugdprostitutie werd afgedaan met een taakstraf, waaraan slechts één of twee dagen celstraffen waren gekoppeld. Het OM vond dat de wet niet zo bedoeld was en stelde cassatie in bij zes gevallen. 

De Hoge Raad oordeelt dat de strafoplegging niet in strijd met de wet is en dat die voldoende is gemotiveerd.

Taakstrafverbod

Voor een aantal straffen geldt een verbod voor het opleggen van een taakstraf, zoals jeugdprostitutie. Daarom stapte het OM naar de Hoge Raad.

De Hoge Raad legt echter uit dat van het taakstrafverbod afgeweken kan worden als naast de taakstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Deze straf bedraagt dan minstens een dag en maximaal zes maanden. 

De Hoge Raad oordeelt dat, met de opgelegde taakstraf met daarnaast een of twee dagen onvoorwaardelijke celstraf, het Hof correct heeft gehandeld en de zaak dus niet opnieuw hoeft.

Loverboy

De destijds 16-jarige Kimberley werd door haar loverboy Armin A. gedwongen om betaalde seks te hebben met tientallen mannen. Dat gebeurde op een hotelkamer in het Limburgse Valkenburg. A. werd in 2015 veroordeeld tot twee jaar cel wegens mensenhandel.

Tientallen mannen werden destijds verhoord en 29 werden er vervolgd. Vier verdachten werden vrijgesproken. De zaak veroorzaakte veel commotie in de regio. Twee mannen pleegden zelfmoord na alle publiciteit over de kwestie.

Lees meer over:
Tip de redactie