Nog nauwelijks daling aantal thuiszittende scholieren zichtbaar

Het aantal kinderen die langer dan drie maanden thuiszitten en daardoor geen onderwijs krijgen is vorig jaar vrijwel gelijk gebleven.

Minister Arie Slob (Onderwijs) schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat er vorig jaar 4215 leerlingen langdurig geen onderwijs kregen. In het schooljaar daarvoor lag het aantal op 4194.

De ambitie in het regeerakkoord van Rutte 3 is juist om het aantal thuiszitters fors terug te dringen. Slob noemt de situatie in zijn brief dan ook "onacceptabel". "Het vraagt om de niet aflatende inzet van scholen, samenwerkingsverbanden en gemeenten." Als reden voor het thuisblijven worden onder meer psychische problemen genoemd.

"Het is een taak voor alle betrokken partijen om voor deze kinderen een passende plek te vinden", aldus Slob. "De urgentie om dit probleem aan te pakken is onverminderd hoog." In 2016 werd afgesproken om dit aantal omlaag te brengen. Zo moet in 2020 geen enkel kinder langer dan drie maanden thuis zitten zonder passend onderwijs.

De voormalige Kinderombudsman Marc Dullaert moest hier een begin mee maken. Zo moest er een samenhangende aanpak komen met nadruk op het oplossen van problematiek en in een later stadium meer nadruk op preventie.

Vrijstellingen

Slob wil tevens werk maken van het aantal leerlingen dat wordt vrijgesteld van onderwijs vanwege lichamelijke of psychische beperkingen. Momenteel kan een onafhankelijke arts daartoe besluiten. Dit moet volgens de minister in de toekomst gebeuren in overleg met de scholen en gemeenten.

"Het is niet vanzelfsprekend dat artsen op de hoogte zijn van de mogelijkheden voor onderwijs-zorgcombinaties, maar de samenwerkingsverbanden hebben hiervan als geen ander een beeld", aldus Slob.

Lees meer over:
Tip de redactie