In een proefperiode van een jaar zijn stroomstootwapens 302 keer door politiemensen toegepast bij een incident. Uit voorlopige cijfers van de politie blijkt dat dreigen met gebruik van het wapen meestal voldoende is.

In 183 gevallen kregen agenten weerspannige verdachten ermee onder controle.

De cijfers uit de proefperiode van een jaar, die vorig jaar februari begon, worden meegenomen in een evaluatie van de Politieacademie. Die is volgens de plannen voor de zomer gereed, waarna het aan de politiek is om te besluiten of het stroomstootwapen wordt toegevoegd aan de politie-uitrusting.

In de regio's waar het wapen werd uitgeprobeerd (Zwolle, Amersfoort, Rotterdam en Noord-Nederland) mogen de agenten het tot dat moment in elk geval blijven gebruiken.

Penetratiewondjes

Eerder meldde de politie al dat het inzetten van een stroomstootwapen het afgelopen jaar tientallen keren voorkwam dat zwaarder geweld nodig was. De politie test het stroomstootwapen omdat ze op zoek is naar een wapen dat minder dodelijk is dan het dienstpistool maar toch net zo daadkrachtig.

Veel verdachten tegen wie het stroomstootwapen is gebruikt, zijn kort na afloop medisch onderzocht. Het letsel bleef in bijna alle gevallen beperkt tot een of twee kleine penetratiewondjes door de pijltjes.

Amnesty

Volgens Willem Woelders, voorzitter van de stuurgroep stroomstootwapen, zijn agenten enthousiast over de toepassing. Als ze het stroomstootwapen niet hadden, zouden ze eerder naar andere geweldsmiddelen moeten grijpen. "Met het stroomstootwapen kun je op een relatief eenvoudige manier mensen onder controle brengen, met een kleine kans op letsel. Andere geweldsmiddelen, zoals een hond, fors fysiek geweld of een vuurwapen, leveren meestal veel meer en ernstiger verwondingen op", stelt hij.

De introductie leverde weerstand op, omdat in andere landen doden zouden zijn gevallen bij het gebruik van dit wapen. Onder meer Amnesty International liet zich kritisch uit over de introductie.