Nabestaanden van de commando die in 2016 omkwam tijdens een schietoefening in Ossendrecht hebben een claim neergelegd bij het ministerie van Defensie. De hoogte van het bedrag is niet bekendgemaakt.

Het gaat behalve om schade door verlies van inkomsten ook om emotionele schade. Advocaat Michael Ruperti zegt dat Defensie tot 1 maart heeft om aan de nabestaanden tegemoet te komen, anders komt het tot een rechtszaak.

Staatssecretaris van Defensie Barbara Visser is vrijdag in Breda op bezoek geweest bij de nabestaanden. Volgens Ruperti heeft zij gezegd dat Defensie verantwoordelijk is voor wat er is gebeurd.

De claim was voor dit bezoek al ingediend. Defensie bevestigt dat de staatssecretaris een gesprek met de nabestaanden heeft gehad maar doet over de inhoud geen mededelingen. "Dat is privé", aldus de staatssecretaris.

De 35-jarige instructeur in opleiding werd dodelijk getroffen op de oefenlocatie van de Politieacademie in Ossendrecht. Hij stond op het moment dat een andere deelnemer aan de oefening zijn wapen afvuurde achter het doel, met daartussen alleen een dunne wand.

Kritiek

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) uitte vorig jaar harde kritiek op Defensie vanwege het dodelijke ongeval. Zo vond de oefening plaats in een ongeschikt en niet-gekeurd schiethuis.

Het slachtoffer, instructeur in opleiding, werd gevraagd de gevechtsschietoefening te begeleiden. Hoewel hij het voor het eerst deed, gebeurde dat zonder persoonlijke begeleiding, zonder gekwalificeerde instructeurs en zonder toezicht.

Mede door dit rapport en de daaropvolgende rapportage van de OVV over het dodelijke mortierongeval in Mali kwam een gebrekkige veiligheidscultuur binnen Defensie bloot te liggen.