Oud-politicus Fred Teeven hoeft niet alle informatie prijs te geven die hij als oud-officier van justitie voor de Criminele Inlichtingendienst (CID) verkreeg over een voormalig prostitutienetwerk in Amsterdam. 

Het gerechtshof in Amsterdam heeft dat besloten in een zaak die een slachtoffer van dat netwerk voert en Teeven had laten oproepen in een voorlopig getuigenverhoor.

Het gaat om de zogeheten Rolodex-zaak waarin mogelijk sprake is van kindermisbruik door hooggeplaatste personen. Ook oud-topman van Justitie Joris Demmink werd hiervan beschuldigd. Teeven leidde het onderzoek in de jaren negentig toen hij landelijk CID-officier was.

Ambtenaren

Teeven verklaarde tijdens dat verhoor dat Demmink geen verdachte was. Maar hij weigerde op twee specifieke vragen antwoord te geven, namelijk over welke ambtenaren in het kader van dit onderzoek informatie binnenkwam en welke informatie precies.

Teeven beriep zich op zijn geheimhoudingsplicht als CID-officier. De rechter-commissaris oordeelde echter dat de waarheidsvinding boven de geheimhoudingsplicht stond. Teeven ging daartegen in beroep en het hof geeft hem nu gelijk.

Verschoningsrecht

Het hof vindt niet dat Teeven een algemeen verschoningsrecht heeft, zoals een journalist heeft, maar in dit geval gaat het algemeen belang voor de waarheidsvinding. De geheimhouding moet gegarandeerd zijn, omdat de CID anders dit soort informatie niet meer krijgt, stelt het hof, en dat zal de opsporing aantasten.

Demmink heeft misbruik altijd ontkend. Hij wordt niet vervolgd, zo besloot het gerechtshof in Arnhem in augustus na langdurig onderzoek.