Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt de in Amsterdam beruchte crimineel Greg R. van betrokkenheid bij het liquideren van crimineel Jaïr Wessels. 

De man werd in december gearresteerd, maar moest al snel weer vrijgelaten worden wegens gebrek aan bewijs. Dit meldt Het Parool woensdag.

De precieze rol van R. is niet duidelijk. Zijn advocaat bevestigt de aanhouding tegenover de krant, maar meldt dat zijn cliënt niets met de zaak te maken heeft.

Het Openbaar Ministerie (OM) meldt aan NU.nl dat over drie of vier weken een beslissing wordt genomen over of de man op zitting moet verschijnen. Hij is nog steeds verdachte in de zaak. 

Kopstuk

R. wordt gezien als een van de kopstukken in het criminele milieu van Amsterdam. De man is eerder veroordeeld geweest wegens drugshandel. Een van zijn zoons, Jesse R., is in 2017 in hoger beroep veroordeeld tot levenslang wegens betrokkenheid bij meerdere liquidaties, waaronder die van Kees Houtman in 2005. 

Twee mannen staan woensdag in een inleidende zitting in de zaak terecht voor het doodschieten van de 30-jarige Wessels in juli in Breukelen. Hij zat ten tijde van de schietpartij in zijn auto. Diezelfde dag overleed hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

Criminele erfenis

Naast het onderzoek naar de liquidatie van Wessels, is een langlopend onderzoek gaande naar de vermoedelijk criminele erfenis van de man. Hier zijn eerder een 31-jarige man uit Amstelveen en een 28-jarige vrouw uit Amsterdam voor aangehouden. 

In 2016 startte het Openbaar Ministerie (OM) een onderzoek naar Wessels omdat hij over grote bedragen contant geld beschikte en er een luxe levenstijl op nahield, terwijl hij daarvoor geen aanwijsbare legale bron van inkomsten had. Wessels zou regelmatig in Spanje zijn verbleven, reed in dure auto's en had kostbare horloges in bezit.

Liquidatie

Wessels werd door justitie ervan verdacht een crimineel kopstuk van motorbende Satudarah te willen liquideren. De voorbereidingen hiertoe zouden eind 2011 hebben plaatsgevonden. 

De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs was dat het ging om een liquidatie, en legde daarom alleen een zes maanden durende celstraf op voor het in bezit hebben van een doorgeladen vuurwapen.