Een hoogwatergeul die de waterstand op de Waal in de West-Betuwe en Zuid-Holland moet verlagen, heeft verdeeldheid veroorzaakt tussen de provincie Gelderland en Rijkswaterstaat, die voor de aanleg zijn, en de gemeente Neerijnen en het waterschap Rivierenland, die tegen zijn. 

Dat betekent dat minister Cora van Nieuwenhuizen van Waterstaat dit voorjaar waarschijnlijk de knoop moet doorhakken over dit project, dat 441 miljoen euro gaat kosten.

De waterstand van de Waal moet worden verlaagd om overstromingen door extreem hoogwater in de toekomst te voorkomen. Dat gebeurt door rivierverruiming en de aanleg van geulen.

Als de hoogwatergeul bij Varik en Heesselt doorgaat, ontstaat daar een eiland waarop 1400 mensen wonen achter dijken van 8 meter hoog. Die zijn fel tegen.

Ze vinden dat ze moeten lijden onder waterstandsverlaging voor Zuid-Holland, wat met de geul wordt bereikt. Zij zijn voor dijkversterking in combinatie met afgraven van de uiterwaarden.

Badkuip

Volgens wetenschappers zorgt een hoogwatergeul bij Varik en Heesselt in de gemeente Neerijnen voor een gevaarlijke "badkuip met 1400 bewoners'' tussen hoge dijken. Als een dijk zou breken, hebben de bewoners maar een kwartier de tijd om te vluchten, zeggen zij.

Gedeputeerde Staten van Gelderland bepaalden dinsdag hun standpunt over de geul. Samen met Rijkswaterstaat, Neerijnen, Tiel en het waterschap vormt de provincie een stuurgroep, die de minister in februari advies moet geven.

Het zou een unaniem advies moeten worden, maar dat lijkt niet te lukken. Gelderland eist van de minister dat ze duidelijk is over hoe Nederland wil omgaan met de hoogwaterveiligheid op de lange termijn, voordat ze een besluit neemt over de geul bij Varik.

De lasten van rivierverruimende maatregelen komen nu steeds op de Gelderse schouders terecht, aldus de Gelderse bestuurders.