Basisschoolleraren in de noordelijke provincies Friesland, Groningen en Drenthe leggen op 14 februari opnieuw het werk neer. Dit omdat er volgens de docenten te weinig vooruitgang is geboekt tijdens de gesprekken met minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media).

Dit laat het PO-Front donderdag weten.

"De Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs, FNV Overheid, PO in actie, FvOv, AVS en PO-Raad zijn hoopvol over de stappen die Slob zet op het dossier werkdruk, maar deze hebben vooralsnog geen tastbaar resultaat opgeleverd", aldus de verschillende partijen in een algemene verklaring. "Perspectief op een eerlijk salaris blijft uit.  Acties blijven dus hard nodig." 

"Het gaat ons te langzaam", laat Thijs Roovers van PO in actie weten. "Er zijn wel toezeggingen gedaan, maar niet op de korte termijn en daarom gaan de acties door."

De zogenoemde estafetteacties starten in de noordelijke provincies en het is de bedoeling dat ze in de volgende maanden verspreiden over de rest van het land. "Maandelijks zullen er zo acties plaatsvinden", aldus Roovers.

Minister Arie Slob (Onderwijs) was donderdag niet bereikbaar voor een reactie. 

Ouders

POinactie laat weten de ouders dit keer bewust te betrekken bij de acties. Roovers: "We willen ze goed informeren waarom die acties zijn, we willen ze laten zien wat er in de scholen speelt en dat het gaat om de kwaliteit van het onderwijs voor hun kinderen."

Aanvankelijk zouden de acties eind januari plaatsvinden, maar het PO-Front wil minister Slob meer tijd geven om aan de eisen tegemoet te komen. Daarom is gekozen voor Valentijnsdag, "hart voor het onderwijs". 

De eisen gaan onder meer over een structureel bedrag van 1,4 miljard euro voor het basisonderwijs. De beloofde 430 miljoen euro voor de werkdrukbestrijding komt volgens het PO-Front te laat en voor een solide loongebouw is zeker 900 miljoen euro nodig.