De arts Rock G., die bekendstaat als 'borstendokter' of 'horrordokter', legt zich niet neer bij zijn veroordeling in hoger beroep. Hij gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Volgens zijn advocate Carolien Noorduyn heeft het gerechtshof in Den Haag een opmerkelijke juridische constructie gekozen "die onhoudbaar is".

Het hof legde G. vorige week twee jaar cel op, waarvan één voorwaardelijk, wegens mishandeling van negen patiëntes. Ook moest hij schadevergoeding betalen. Nu hij in cassatie gaat, wordt het arrest van het hof opgeschort.

G. was in 2014 vrijgesproken door de rechtbank. Maar het hof achtte hem wel schuldig aan mishandeling door ondeugdelijke cosmetische ingrepen uit te voeren in zijn Citykliniek in Den Haag.

Verminkingen

Zijn patiëntes liepen zwaar lichamelijk letsel op, zoals infecties, verminkingen en ernstige littekenvorming. In totaal hadden 121 ex-patiënten zich met klachten gemeld. Tien zaken werden tijdens het proces behandeld. Van één aanklacht werd hij vrijgesproken.

Grootste kritiekpunt van Noorduyn is dat het hof concludeert dat er sprake is van voorwaardelijke opzet door G., omdat hij niet zou hebben voldaan aan de professionele medische normen. Dat is volgens de raadsvrouw "een onbegrijpelijke redenering" die verstrekkende gevolgen heeft voor de medische wereld.

De koppeling van fouten maken en het niet voldoen aan een professionele standaard, zou in haar ogen betekenen dat 'snijdende' artsen na een fout sneller bij de strafrechter terechtkomen.

Medische exceptie

De rechter oordeelde eerder dat G. zich kon beroepen op de medische exceptie. Dat houdt in dat een arts pijn en of letsel mag veroorzaken als hij in het belang van de patiënt een medische ingreep verricht.

De medische tuchtrechter had eerder bepaald dat G. nooit meer als arts mag werken. De straf van het hof pakt een jaar lager uit dan de aanklagers hadden geëist.

Tijdverloop

Dat komt omdat G. op twee punten van de aanklacht is vrijgesproken, onder meer bij de klachten van één patiënte. Ook hield het hof rekening met het grote tijdverloop in deze kwestie en de grote media-aandacht.

Wel rekende het hof G. zwaar aan dat hij weinig inzicht toonde in zijn eigen handelen en de ernstige gevolgen daarvan voor zijn patiënten. G. gaf aan dat hij ook eigenlijk nog in het buitenland wilde werken. Maar het hof wil daar een stokje voor steken door hem een beroepsverbod op te leggen. In de proeftijd van drie jaar die het hof bepaalde, mag hij zijn medische beroep niet uitoefenen, ook niet in het buitenland.