Vanwege hulp bij de zelfdoding van zijn 99-jarige moeder in 2008 is maandag voor de derde keer een voorwaardelijke celstraf van drie maanden geëist tegen Albert Heringa. 

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) mag de 75-jarige Heringa zich niet beroepen op overmacht en waren er vanwege de ouderdomsklachten, aandoeningen en doodswens van zijn moeder aanknopingspunten om een arts te zoeken voor euthanasie.

De strafzaak tegen Heringa wordt opnieuw beoordeeld door het gerechtshof, nu in Den Bosch, na een besluit van de Hoge Raad in maart van dit jaar. Heringa werd tot dusver nooit gestraft voor de hulp bij de zelfgekozen dood van zijn moeder.

Maar volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof in Arnhem in 2015 te makkelijk het beroep op noodtoestand gehonoreerd, omdat er geen arts was te vinden.

De aanklager twijfelt niet aan de integere drijfveren van Heringa, maar vindt wel dat hij straf verdient omdat hij zijn eigen weg is gegaan, zei ze maandag in Den Bosch. Heringa meent vooral dat het OM de strafzaak tegen hem koste wat het kost probeert te winnen, zei hij.

"Hulp bij zelfdoding kan alleen straffeloos als deze hulp is gegeven door een arts. Verdachte is geen arts en kan daarom geen beroep doen op de strafuitsluitingsgrond van de euthanasiewetgeving", aldus de officier van justitie.

Hulp

In 2008 besloot Heringa zijn 99-jarige moeder Moek te helpen een einde aan haar leven te maken omdat dat naar haar mening voltooid was. Deze stap nam hij toen zijn moeder niet geholpen kon worden door een arts en Moek besloot haar medicijnen op te sparen om daarmee zelf haar leven te beëindigen.

In 2010 trad Heringa met zijn verhaal in de openbaarheid via de documentaire De Laatste Wens van Moek en kwam zijn zaak voor de rechter. In 2013 oordeelde de rechter dat Heringa schuldig was, maar niet hoefde te worden gestraft.

Het OM ging tegen die uitspraak in beroep. In 2015 sprak het gerechtshof Heringa vrij, maar die vrijspraak wordt nu dus opnieuw bekeken.

Zijn advocaat Wim Anker meent dat Heringa de juiste keuze heeft gemaakt en niet strafbaar is. "Hij kende de wet en de mogelijke gevolgen maar hij koos terecht voor de morele plicht om zijn moeder te helpen bij een pijnloze dood. Er waren geen alternatieven.’’

Strenge zorgvuldigheidseisen die gelden voor artsen gelden niet voor naasten, stelde de raadsman.

Het gerechtshof in Den Bosch doet op 31 januari uitspraak.