Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tegen de vader en zoon die worden verdacht van betrokkenheid bij een ongeluk met een dodelijke afloop in Loosdrecht respectievelijk vijf en drie jaar cel geëist. 

Daarnaast eist het OM een ontzegging van de rijbevoegdheid van vijf jaar voor beiden. In de rechtbank in Lelystad stelde de verdachte vader vrijdag wel te hard te hebben gereden, maar niet de circa 167 km/u die aan hem wordt toegeschreven na onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Beiden ontkenden ze aan straatracen waren.

Door de aanrijding kwam een 19-jarige vrouw om het leven. Op 16 maart 2016 draaide ze in Loosdrecht met haar Toyota de weg op, toen ze door de Porsche van Walter van W. (54) in de flank werd aangereden. De man bleek tweemaal zoveel te hebben gedronken als toegestaan. De vrouw raakte zwaargewond en overleed twee weken later aan haar verwondingen.

Gevaarlijk

Volgens de aanklacht hebben Van W. en zijn zoon Casper (33) kilometers lang opzettelijk gevaarlijk gereden en reden ze ver boven de toegestane snelheid van 50 kilometer per uur. Volgens circa vijftien getuigen reden zij in hun Porsche en Mini Cooper bumper aan bumper met schattingen van snelheden van 150 tot zelfs 200 kilometer per uur. Die waarnemingen werden door de verdachten betiteld met termen als ''gewoon niet waar", ''onmogelijk", ''dat is gelogen".

Van W., zei daarover: ''Ik zal daar harder hebben gereden dan 50 kilometer per uur, ergens tussen de 70 en 85 kilometer, maar zeker geen 200. Dat durf ik niet eens op de Autobahnen in Duitsland.’’ En: ''Ik heb zeker niet harder gereden, dat zweer ik op de dood van mijn moeder en mijn zoon.''

Nabestaanden

De vader van de jonge vrouw riep de rechtbank op flinke straffen op te leggen en de verdachten zelfs een half jaar op de intensive care te laten werken. De ontkenning van de verdachten dat ze veel te hard zouden hebben gereden, bestempelde hij als 'bullshit'. Volgens hem is ''mijn lieve Fleur door een dronken gek in de flanken gereden''.

De verdachte zoon Casper van W., verkeersvlieger van beroep, zei bij de bespreking van zijn persoonlijke omstandigheden dat hij zijn baan zou verliezen bij een veroordeling.