Het conflict over seksueel misbruik tussen journalist Jelle Brandt Corstius en televisieproducent Gijs van Dam is gecompliceerd geworden doordat het in de media wordt uitgevochten. Wat is het gevolg voor beide aangiften?

Begin deze week laat Brandt Corstius weten aangifte te doen vanwege het feit dat hij jaren geleden verkracht zou zijn door televisieproducent Gijs van Dam. Van Dam laat op zijn beurt weten aangifte te doen tegen de journalist vanwege laster en smaad. 

De zaak begint met een verhaal van Jelle Brandt Corstius in dagblad Trouw op 23 oktober. De kop boven het verhaal luidt: "Ik ook. Maar ik kan het niet vertellen". 'Ik ook' verwijst naar de verhalen van vele vrouwen die met de hashtag #metoo lieten weten lastig te zijn gevallen op seksueel gebied. 

Hij zegt tijdens zijn werk verkracht te zijn, maar noemt niet de naam van de man die hier schuldig aan zou zijn geweest. "Het is zijn woord tegen mijn woord", legt hij zijn beweegredenen uit. 

Van Dam besluit maandagavond 30 oktober in het televisieprogramma Pauw zelf naar voren te komen als de man die door Brandt Corstius wordt beschuldigd van verkrachting. "Ik zit hier omdat ik niet anders kan, omdat ik standrechtelijk geëxecuteerd ben op basis van een gelogen verhaal", aldus de tv-producent in het bijzijn van zijn advocaat Peter Plasman. Hij laat weten aangifte te doen wegens smaad en laster.

Ruchtbaarheid

En hij heeft een sterke zaak volgens advocaat Bart Swier, gespecialiseerd in het strafrecht, met een accent op zedendelicten. "Brandt Corstius heeft de naam van Gijs van Dam namelijk wel genoemd tegen journalisten van Trouw", aldus Swier. "En die hebben Van Dam ook benaderd voor wederhoor, dus dat staat vast. Op die manier heeft hij (Brandt Corstius) ruchtbaarheid gegeven aan hetgeen vanwaar hij hem beschuldigt."

Een constatering waar advocaat Richard Korver het niet mee eens is. "Het was namelijk niet zijn doel om ruchtbaarheid te geven aan de naam van de man", aldus Korver, die ook voorzitter is van de Stichting Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers. "Dat hij dat in eerste instantie wel van plan was, doet daar niks aan af. Hij heeft zijn naam niet genoemd."

Onwaarheden

Kai Lindenberg, hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit van Groningen, zegt dat het er bij lasterzaken om draait dat er sprake moet zijn van het opzettelijk verspreiden van onwaarheden.

"Als een rechter oordeelt dat het slachtoffer er volledig van overtuigd is dat het zo is gebeurd en niet moedwillig liegt, is er geen sprake van laster", aldus Lindenberg. "Ook als het niet zo blijkt te zijn. In zaken waar het draait om seksueel misbruik en het is het woord van de één tegen de ander, kan laster om die reden lastig aan te tonen zijn."

Mocht het Openbaar Ministerie (OM) afzien van vervolging van smaad en laster, dan kan Van Dam er voor kiezen om een artikel 12-procedure te starten. De zaak wordt dan voorgelegd aan het gerechtshof die het OM alsnog kan dwingen om over te gaan tot vervolging als het hof daarvoor genoeg aanknopingspunten ziet.

Vervolging

Inmiddels heeft Brandt Corstius advocaat Nico Meijering in de hand genomen. In een verklaring stelt de advocaat dat zijn cliënt al langer van plan was om aangifte te doen tegen Van Dam. De uitzending van Pauw heeft de journalist gesterkt in zijn voornemen.

Swier verwacht dat er weinig officieren van justitie zijn die overgaan tot vervolging omdat de verkrachting in de ogen van de advocaat niet meer te bewijzen valt. "In de regel is aangifte doen van een zedendelict dat jaren geleden heeft plaatsgevonden nagenoeg niet bewijsbaar. Dat maakt dit soort zaken natuurlijk ook heel moeilijk."

Wat de zaak volgens Swier alleen nog maar moeilijker heeft gemaakt, is dat het verhaal eerst via de media naar buiten is gekomen. "De gevolgen zijn rampzalig. Je kunt namelijk nooit meer tot een zorgvuldige waarheidsvinding komen. Iedereen die zou kunnen getuigen is al beïnvloed. Laat dit een les zijn voor iedereen. Je moet een strafzaak niet in de media beginnen."

Details

Korver is genuanceerder als het gaat om de kans op vervolging. "Dat is eigenlijk niet te zeggen als je de details van de zaak niet kent", zegt hij. "In het algemeen kan je wel stellen dat hoe langer je wacht met een aangifte, hoe lastiger het wordt."

"Zedenzaken zijn technisch gezien het moeilijkst. Sporen zijn er na zo'n lange tijd waarschijnlijk niet dus er is alleen het verhaal. Maar misschien zijn er andere mensen die nu opstaan met hun verhaal. Daarnaast is Meijering een zeer ervaren advocaat. Ik ga er vanuit dat hij niet aan zo'n zaak begint als hij denkt dat zijn cliënt kansloos is."

Korver is het er wel over eens dat er "levensgrote risico's" kleven aan het uitvechten van dit soort zaken in de media. "We leven wel in een rechtsstaat en zoals het nu is gegaan is wat mij betreft onwenselijk. Je kunt op deze manier een rechtszaak kapot maken voordat die is begonnen." 

Tragiek

Hoofddocent Lindenberg zegt dat de tragiek van zaken waar het draait om seksueel misbruik twee kanten heeft. "Als het misbruik waar is terwijl de ander ontkent, kan gebrek aan bewijs al snel leiden tot het uitdoven van de zaak en krijgt het slachtoffer dus geen gehoor bij het recht", legt hij uit.

"Daarnaast zijn zedendelicten erg stigmatiserend. Het zal je maar gebeuren dat iemand zoiets over je naar buiten brengt, terwijl het niet waar is. Je bent in feite al schuldig bevonden. En zodra het in de media is, kan je je nauwelijks meer verweren. Het vervelende is, is dat er ook valse aangiften worden gedaan. Beide kanten van seksueel misbruik werken ontwrichtend."

Bemiddeling

Beide advocaten zijn het er over eens dat als Brandt Corstius en Van Dam daartoe bereid zijn een gesprek tussen beide mannen wel eens een goede oplossing zou kunnen zijn. "In veel gevallen is bemiddeling een goed idee", aldus Swier. "Het kan leiden tot toenadering in plaats van een strafproces."

"Bemiddeling in dit soort zaken is inderdaad in opkomst", voegt Korver daaraan toe. "Een aangifte van een zedendelict kan je echter niet intrekken. Dus als de officier van justitie er een zaak inziet kan hij alsnog overgaan tot vervolging."

Lindenberg denk dat bemiddeling veel kan helpen, maar "dit soort zaken zijn wel uiterst gevoelig".