Het Openbaar Ministerie heeft maandag zestien jaar cel geëist tegen Daniël E. voor de moord op Miriam Sharon (36) in 1990. DNA-onderzoek leidde in 2016 tot de aanhouding van de man.

De in Israël geboren vrouw werd op 8 oktober omgebracht in haar woning in Den Haag. Ze was met een mes in haar hals gestoken en haar keel was doorgesneden.

Haar toen 7-jarige dochter legde een verklaring af, waarin ze beschreef dat een man in een zwarte jas aan de deur was gekomen en zichzelf naar binnen had gelaten. Ze kende de man niet.

DNA-analyse

De zaak werd heropend door een zogeheten coldcase-team van de politie. Met nieuwe technieken werd een DNA-spoor aangetroffen op een sigaret en een nagelschaartje in de woning. Een vergelijking in de DNA-database leverde een match op met de 53-jarige Daniël E., eveneens uit Israël afkomstig. 

De sigaret waar DNA op gevonden werd, is van hetzelfde merk als een pakje sigaretten in een zwarte leren jas die in de woning werd aangetroffen. In diezelfde jas troffen agenten ook een ticket van een kluisje in een bagagedepot op het centraal station van Brussel aan, dat een aantal uren voor het incident was afgestempeld. In dat kluisje is onder meer het identiteitsbewijs van de verdachte gevonden, alsmede spullen met zijn vingerafdrukken erop. 

Verjaring

E. was destijds wel in beeld als verdachte, maar politieonderzoek leidde niet tot een aanhouding. De relatie tussen de man en Sharon is vooralsnog onduidelijk.

Het OM heeft E. moord ten laste gelegd en niet het juridisch minder zware doodslag. Dat is inmiddels verjaard en dus niet meer te vervolgen.

De officier van justitie betoogde tijdens de zitting maandag dat de verdachte rechtstreeks vanuit een ander land kwam, zijn bagage achterliet op het station van Brussel en naar de woning van de vrouw reisde. Omdat volgens het OM geen sprake was van ruzie of opwelling, valt af te leiden dat sprake was van een vooropgezet plan.